BWBR0017328
Geldig vanaf 2005-05-09
Artikel 2
Tijdelijke subsidieregeling stimuleren leeftijdsbewust beleid
1. De Minister verleent op aanvraag aan de volgende aanvragers subsidie voor de kosten van projecten die gericht zijn op het bevorderen van leeftijdsbewust beleid:
a. een brancheorganisatie;
b. een bedrijfstakorganisatie;
c. een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor een bedrijfstak, indien: 1°. het in artikel 1, onderdeel i, bedoelde samenwerkingsverband een stichting als bedoeld in artikel 285, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is;
2°. het bestuur van deze stichting bevoegd is te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt;
3°. het doel van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor een bedrijfstak helder afgebakend is en blijkens de statuten in ieder geval bestaat uit het vertegenwoordigen van personeelsbelangen;
4°. het aannemelijk is dat het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor een bedrijfstak niet in betalingsonmacht verkeert.
1°. het in artikel 1, onderdeel i, bedoelde samenwerkingsverband een stichting als bedoeld in artikel 285, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is;
2°. het bestuur van deze stichting bevoegd is te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt;
3°. het doel van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor een bedrijfstak helder afgebakend is en blijkens de statuten in ieder geval bestaat uit het vertegenwoordigen van personeelsbelangen;
4°. het aannemelijk is dat het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor een bedrijfstak niet in betalingsonmacht verkeert.
2. De subsidie wordt verstrekt aan de aanvrager.
a. een brancheorganisatie;
b. een bedrijfstakorganisatie;
c. een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor een bedrijfstak, indien: 1°. het in artikel 1, onderdeel i, bedoelde samenwerkingsverband een stichting als bedoeld in artikel 285, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is;
2°. het bestuur van deze stichting bevoegd is te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt;
3°. het doel van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor een bedrijfstak helder afgebakend is en blijkens de statuten in ieder geval bestaat uit het vertegenwoordigen van personeelsbelangen;
4°. het aannemelijk is dat het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor een bedrijfstak niet in betalingsonmacht verkeert.
1°. het in artikel 1, onderdeel i, bedoelde samenwerkingsverband een stichting als bedoeld in artikel 285, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is;
2°. het bestuur van deze stichting bevoegd is te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt;
3°. het doel van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor een bedrijfstak helder afgebakend is en blijkens de statuten in ieder geval bestaat uit het vertegenwoordigen van personeelsbelangen;
4°. het aannemelijk is dat het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor een bedrijfstak niet in betalingsonmacht verkeert.
2. De subsidie wordt verstrekt aan de aanvrager.