BWBR0017252
Geldig vanaf 2023-10-13
Artikel 7
Regeling Wet kinderopvang
1. De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor beroepskrachten worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.
2. De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor pedagogisch beleidsmedewerkers worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in artikel 6, derde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.
3. De houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de beroepskracht die werkzaam is als Nederlandssprekende beroepskracht:
a. de Nederlandse taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen, of op ten minste niveau 3F als bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, en, voor zover het gaat om taalbeheersing op niveau B2 of niveau 3F: 1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of
2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld;
1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of
2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld;
b. voldoet aan artikel 4, lid 3a, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;
c. geslaagd is voor het Staatsexamen Nederlands als Tweede Taal, programma II, bedoeld in artikel 2, derde lid, in samenhang met artikel 16, eerste en derde lid, van het Staatsexamenbesluit Nederlands als Tweede Taal, of beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van dat besluit voor de examenonderdelen spreken en luisteren; of
d. in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2024 voldeed aan de voorwaarden, bepaald in bijlage IV van een in die periode toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus.
4. Ten aanzien van de beroepskracht die uitsluitend als Friessprekende beroepskracht werkzaam is, beschikt de houder van een kindercentrum over:
a. een kopie van een bewijsstuk als bedoeld in het derde lid; of
b. een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de Friessprekende beroepskracht de Friese taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen, en, voor zover het gaat om taalbeheersing op niveau B2: 1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of
2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld.
1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of
2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld.
5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van:
a. een beroepskracht, geboren op of voor 31 december 1964, gedurende de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027; of
b. een beroepskracht die in de periode van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024 voor een aansluitende periode van acht weken of langer volledig afwezig was in verband met ziekte, vakantie of ander soort verlof, gedurende zes maanden, gerekend vanaf 1 januari 2025 of, indien dat later is, de datum van inzet als beroepskracht die meetelt bij het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op een stamgroep, bedoeld in artikel 7 van het Besluit kwaliteit kinderopvang.
2. De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor pedagogisch beleidsmedewerkers worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in artikel 6, derde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang.
3. De houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de beroepskracht die werkzaam is als Nederlandssprekende beroepskracht:
a. de Nederlandse taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen, of op ten minste niveau 3F als bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, en, voor zover het gaat om taalbeheersing op niveau B2 of niveau 3F: 1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of
2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld;
1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of
2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld;
b. voldoet aan artikel 4, lid 3a, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;
c. geslaagd is voor het Staatsexamen Nederlands als Tweede Taal, programma II, bedoeld in artikel 2, derde lid, in samenhang met artikel 16, eerste en derde lid, van het Staatsexamenbesluit Nederlands als Tweede Taal, of beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van dat besluit voor de examenonderdelen spreken en luisteren; of
d. in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2024 voldeed aan de voorwaarden, bepaald in bijlage IV van een in die periode toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus.
4. Ten aanzien van de beroepskracht die uitsluitend als Friessprekende beroepskracht werkzaam is, beschikt de houder van een kindercentrum over:
a. een kopie van een bewijsstuk als bedoeld in het derde lid; of
b. een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de Friessprekende beroepskracht de Friese taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen, en, voor zover het gaat om taalbeheersing op niveau B2: 1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of
2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld.
1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of
2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld.
5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van:
a. een beroepskracht, geboren op of voor 31 december 1964, gedurende de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027; of
b. een beroepskracht die in de periode van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024 voor een aansluitende periode van acht weken of langer volledig afwezig was in verband met ziekte, vakantie of ander soort verlof, gedurende zes maanden, gerekend vanaf 1 januari 2025 of, indien dat later is, de datum van inzet als beroepskracht die meetelt bij het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op een stamgroep, bedoeld in artikel 7 van het Besluit kwaliteit kinderopvang.