BWBR0017192
Geldig vanaf 2004-09-18
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar controleurs openbaar ruimte van de Dienst Stadsbeheer van de gemeente Den Haag 2004
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de Wet op de openluchtrecreatie, de Wet openbare manifestaties, de Zondagswet, de Monumentenwet;
b. de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267, 350, 351, 351bis, 424 t/m 429, 435, onder ten vierde, en 461 van het Wetboek van Strafrecht;
c. de verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Den Haag.
a. de Wet op de openluchtrecreatie, de Wet openbare manifestaties, de Zondagswet, de Monumentenwet;
b. de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267, 350, 351, 351bis, 424 t/m 429, 435, onder ten vierde, en 461 van het Wetboek van Strafrecht;
c. de verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Den Haag.