BWBR0017190
Geldig vanaf 2004-10-20
Artikel 5
Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel
1. Het hoofdbedrijfschap heeft commissies voor aangelegenheden op het gebied van:
a. de detailhandel in wild en gevogelte;
b. de detailhandel in bloemen en planten;
c. de detailhandel in wonen;
d. de gespecialiseerde detailhandel in aardappelen, groenten en fruit;
e. de modedetailhandel.
2. De leden van de commissies worden benoemd door door de raad aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad representatieve organisaties van ondernemers en van werknemers.
3. De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden van de commissies benoemen, zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen tevens een plaatsvervanger aan te wijzen.
4. De voorzitter van de commissie wordt door het bestuur op voordracht van de commissie al dan niet uit het midden van de commissie benoemd.
5. De zittingsperiode van de leden van de commissies en de voorzitter valt samen met die van de leden van het bestuur van het hoofdbedrijfschap.
6. De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van advies en kunnen voorstellen doen voor door het bestuur vast te stellen verordeningen.
a. de detailhandel in wild en gevogelte;
b. de detailhandel in bloemen en planten;
c. de detailhandel in wonen;
d. de gespecialiseerde detailhandel in aardappelen, groenten en fruit;
e. de modedetailhandel.
2. De leden van de commissies worden benoemd door door de raad aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad representatieve organisaties van ondernemers en van werknemers.
3. De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden van de commissies benoemen, zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen tevens een plaatsvervanger aan te wijzen.
4. De voorzitter van de commissie wordt door het bestuur op voordracht van de commissie al dan niet uit het midden van de commissie benoemd.
5. De zittingsperiode van de leden van de commissies en de voorzitter valt samen met die van de leden van het bestuur van het hoofdbedrijfschap.
6. De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van advies en kunnen voorstellen doen voor door het bestuur vast te stellen verordeningen.