BWBR0017190
Geldig vanaf 2004-10-20
Artikel 12
Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel
1. Het hoofdbedrijfschap legt een heffing als bedoeld in artikel 126, eerste lid van de wetop met als grondslag de in iedere onderneming bereikte omzet of het aantal in de ondernemingen werkzame personen, waarbij het tarief voor verschillende in de heffingsverordening aangewezen categorieën van ondernemingen verschillend kan zijn. Boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven dat voor alle ondernemingen of voor alle volgende verkoopplaatsen van die ondernemingen of categorieën daarvan gelijk is. De in dit lid bedoelde heffingen met uitzondering van die, bedoeld in het tweede lid, worden zodanig vastgesteld, dat het hoogste bedrag, dat krachtens de heffing door een ondernemer verschuldigd is, niet meer bedraagt dan honderd maal het laagste.
2. Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het hoofdbedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.
2. Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het hoofdbedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.