BWBR0017168
Geldig vanaf 2007-03-20
Artikel 8
Regeling externe veiligheid inrichtingen
1. In de gevallen, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid, 15, eerste lid, 16, 17, eerste lid, 18, eerste lid, en 24, eerste lid, van het besluit, worden het plaatsgebonden risico, onderscheidenlijk het groepsrisico, berekend op basis van gegevens met betrekking tot:
a. de aard en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die in een inrichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit, die het plaatsgebonden risico en het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, aanwezig kan zijn;
b. de insluitsystemen waarin die gevaarlijke stoffen voorkomen;
c. de toegepaste maatregelen ter beperking van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, en
d. het aantal personen en de spreiding van personen binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in onderdeel a.
2. Voor de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend gebruikgemaakt van gegevens die zijn opgenomen in:
a. de voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit geldende vergunning krachtens artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
b. de op een vergunning als bedoeld in onderdeel a betrekking hebbende aanvraag en de bij die aanvraag gevoegde stukken;
c. een met betrekking tot een hogedrempelinrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 ingediend veiligheidsrapport dat overeenkomstig artikel 10 van dat besluit door het bevoegd gezag is beoordeeld, en
d. de basisregistratie personen en, voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, niet zijnde een woning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, van het besluit, de door de desbetreffende gemeente verstrekte documenten over het aantal personen en het redelijkerwijs te verwachten aantal personen en de spreiding van personen binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit.
a. de aard en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die in een inrichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit, die het plaatsgebonden risico en het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, aanwezig kan zijn;
b. de insluitsystemen waarin die gevaarlijke stoffen voorkomen;
c. de toegepaste maatregelen ter beperking van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, en
d. het aantal personen en de spreiding van personen binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in onderdeel a.
2. Voor de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend gebruikgemaakt van gegevens die zijn opgenomen in:
a. de voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit geldende vergunning krachtens artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
b. de op een vergunning als bedoeld in onderdeel a betrekking hebbende aanvraag en de bij die aanvraag gevoegde stukken;
c. een met betrekking tot een hogedrempelinrichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 ingediend veiligheidsrapport dat overeenkomstig artikel 10 van dat besluit door het bevoegd gezag is beoordeeld, en
d. de basisregistratie personen en, voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, niet zijnde een woning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, van het besluit, de door de desbetreffende gemeente verstrekte documenten over het aantal personen en het redelijkerwijs te verwachten aantal personen en de spreiding van personen binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit.