BWBR0017168
Geldig vanaf 2007-03-20
Artikel 1b
Regeling externe veiligheid inrichtingen
Als inrichtingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van het besluitworden aangewezen:
a. inrichtingen waar meer dan 1.500 kg ammoniak in een insluitsysteem aanwezig is, niet zijnde een onderdeel van een koel- of vriesinstallatie met ammoniak;
b. inrichtingen waar meer dan 150m3 zeer licht ontvlambare of licht ontvlambare vloeistof in een bovengronds insluitsysteem aanwezig is;
c. inrichtingen waar acetyleen in een insluitsysteem met een inhoud van meer dan 13 m3 aanwezig is;
d. inrichtingen waar propaan aanwezig is in een insluitsysteem met een inhoud van: 1°. meer dan 13 m3 en ten hoogste 50 m3 en met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3;
2°. meer dan 50 m3;
1°. meer dan 13 m3 en ten hoogste 50 m3 en met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3;
2°. meer dan 50 m3;
e. inrichtingen waar een cyanidehoudend bad ten behoeve van het aanbrengen van metaallagen aanwezig is met een inhoud van meer dan 100 liter;
f. inrichtingen waar een vergiftige of zeer vergiftige stof, niet zijnde benzine of methanol, in een insluitsysteem met een inhoud van meer dan 1.000 liter aanwezig is;
g. inrichtingen waar in enige opslagvoorziening een vergiftige of zeer vergiftige stof in gasflessen aanwezig is en waarbij de totale waterinhoud van de gasflessen met vergiftige of zeer vergiftige inhoud in die opslagvoorziening meer bedraagt dan 1.500 liter;
h. inrichtingen waar aardgasdruk gereduceerd wordt of aardgashoeveelheid gemeten wordt, voor zover de gastoevoerleiding een grotere diameter heeft dan 20 inch, en
i. inrichtingen die een mijnbouwwerk zijn als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet, bestemd voor de winning, opslag, bewerking of het gereedmaken voor transport van gevaarlijke stoffen, met uitzondering van: 1° mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, en
2° inrichtingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het besluit.
1° mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, en
2° inrichtingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het besluit.
a. inrichtingen waar meer dan 1.500 kg ammoniak in een insluitsysteem aanwezig is, niet zijnde een onderdeel van een koel- of vriesinstallatie met ammoniak;
b. inrichtingen waar meer dan 150m3 zeer licht ontvlambare of licht ontvlambare vloeistof in een bovengronds insluitsysteem aanwezig is;
c. inrichtingen waar acetyleen in een insluitsysteem met een inhoud van meer dan 13 m3 aanwezig is;
d. inrichtingen waar propaan aanwezig is in een insluitsysteem met een inhoud van: 1°. meer dan 13 m3 en ten hoogste 50 m3 en met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3;
2°. meer dan 50 m3;
1°. meer dan 13 m3 en ten hoogste 50 m3 en met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3;
2°. meer dan 50 m3;
e. inrichtingen waar een cyanidehoudend bad ten behoeve van het aanbrengen van metaallagen aanwezig is met een inhoud van meer dan 100 liter;
f. inrichtingen waar een vergiftige of zeer vergiftige stof, niet zijnde benzine of methanol, in een insluitsysteem met een inhoud van meer dan 1.000 liter aanwezig is;
g. inrichtingen waar in enige opslagvoorziening een vergiftige of zeer vergiftige stof in gasflessen aanwezig is en waarbij de totale waterinhoud van de gasflessen met vergiftige of zeer vergiftige inhoud in die opslagvoorziening meer bedraagt dan 1.500 liter;
h. inrichtingen waar aardgasdruk gereduceerd wordt of aardgashoeveelheid gemeten wordt, voor zover de gastoevoerleiding een grotere diameter heeft dan 20 inch, en
i. inrichtingen die een mijnbouwwerk zijn als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet, bestemd voor de winning, opslag, bewerking of het gereedmaken voor transport van gevaarlijke stoffen, met uitzondering van: 1° mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, en
2° inrichtingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het besluit.
1° mijnbouwinstallaties als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet, en
2° inrichtingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het besluit.