BWBR0017083
Geldig vanaf 2004-11-14
Artikel 5
Reglement Videohelmcamerasysteem beredenen Korps landelijke politiediensten
1. In het register worden met behulp van het videohelmcamerasysteem opgenomen gegevens vastgelegd omtrent personen die
a. als verdachte betrokken zij bij de in artikel 2, eerste lid, genoemde strafbare feiten;
b. direct of indirect betrokken zijn bij mogelijke verstoringen van de openbare orde;
c. mogelijk getuige zijn geweest van de onder a en/of b genoemde gebeurtenissen;
d. slachtoffer zijn van de onder a of b genoemde gebeurtenissen;
e. aan wie kennelijk medische hulp moet worden verleend;
f. kennelijk opzettelijk medewerkers van hulpverleningsdiensten in de uitvoering van hun taak belemmeren;
g. medewerker zijn van een hulpverleningsdienst of die opsporingsambtenaar zijn.
2. In het register worden voorts gegevens vastgelegd omtrent ambtenaren van politie, alsmede van medewerkers van hulpverleningsdiensten, voor zover dat van belang is voor het doel van het register.
a. als verdachte betrokken zij bij de in artikel 2, eerste lid, genoemde strafbare feiten;
b. direct of indirect betrokken zijn bij mogelijke verstoringen van de openbare orde;
c. mogelijk getuige zijn geweest van de onder a en/of b genoemde gebeurtenissen;
d. slachtoffer zijn van de onder a of b genoemde gebeurtenissen;
e. aan wie kennelijk medische hulp moet worden verleend;
f. kennelijk opzettelijk medewerkers van hulpverleningsdiensten in de uitvoering van hun taak belemmeren;
g. medewerker zijn van een hulpverleningsdienst of die opsporingsambtenaar zijn.
2. In het register worden voorts gegevens vastgelegd omtrent ambtenaren van politie, alsmede van medewerkers van hulpverleningsdiensten, voor zover dat van belang is voor het doel van het register.