BWBR0017053
Geldig vanaf 2007-11-05
Artikel 10
Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur
1. De producent draagt er zorg voor dat bij verwerking van de afgedankte, door hem geproduceerde elektrische en elektronische apparatuur, bedoeld in artikel 8, gedurende een kalenderjaar:
a. voorzover het apparatuur van de categorieën 1 en 10 van bijlage IA bij richtlijn nr. 2002/96 betreft: – ten minste 80 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast, en
– ten minste 75 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
– ten minste 80 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast, en
– ten minste 75 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
b. voorzover het apparatuur van de categorieën 3 en 4 van bijlage IA bij richtlijn nr. 2002/96 betreft: – ten minste 75 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast, en
– ten minste 65 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
– ten minste 75 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast, en
– ten minste 65 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
c. voorzover het apparatuur van de categorieën 2, 5, 6, 7 en 9 van bijlage IA bij richtlijn nr. 2002/96 betreft: – ten minste 70 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast en
– ten minste 50 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
– ten minste 70 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast en
– ten minste 50 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
d. voorzover het gasontladingslampen betreft ten minste 80 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled.
2. Voor de berekening van de in het eerste lid genoemde percentages, wordt het recyclen als product voorzover dit volledige apparaten betreft, niet meegeteld.
3. Voor de berekening van de in het eerste lid genoemde percentages, wordt afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die wordt uitgevoerd naar landen buiten de Europese Gemeenschap niet meegeteld, met uitzondering van apparatuur waarvan degene die uitvoert kan aantonen dat de nuttige toepassing, de recycling als product of materiaal heeft plaatsgevonden in omstandigheden die gelijkwaardig zijn aan de voorschriften, bedoeld in artikel 9.
a. voorzover het apparatuur van de categorieën 1 en 10 van bijlage IA bij richtlijn nr. 2002/96 betreft: – ten minste 80 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast, en
– ten minste 75 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
– ten minste 80 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast, en
– ten minste 75 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
b. voorzover het apparatuur van de categorieën 3 en 4 van bijlage IA bij richtlijn nr. 2002/96 betreft: – ten minste 75 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast, en
– ten minste 65 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
– ten minste 75 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast, en
– ten minste 65 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
c. voorzover het apparatuur van de categorieën 2, 5, 6, 7 en 9 van bijlage IA bij richtlijn nr. 2002/96 betreft: – ten minste 70 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast en
– ten minste 50 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
– ten minste 70 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast en
– ten minste 50 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled;
d. voorzover het gasontladingslampen betreft ten minste 80 gewichtsprocent als product of materiaal (van onderdelen, materialen en stoffen) wordt gerecycled.
2. Voor de berekening van de in het eerste lid genoemde percentages, wordt het recyclen als product voorzover dit volledige apparaten betreft, niet meegeteld.
3. Voor de berekening van de in het eerste lid genoemde percentages, wordt afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die wordt uitgevoerd naar landen buiten de Europese Gemeenschap niet meegeteld, met uitzondering van apparatuur waarvan degene die uitvoert kan aantonen dat de nuttige toepassing, de recycling als product of materiaal heeft plaatsgevonden in omstandigheden die gelijkwaardig zijn aan de voorschriften, bedoeld in artikel 9.