BWBR0017000
Geldig vanaf 2004-07-16
Artikel 13
Instructie beveiligingsambtenaar BZ
1. De beveiligingsambtenaar maakt van de in de artikelen 9, eerste lid, 11en 12, eerste lid, bedoelde bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de juiste vervulling van zijn taak nodig is.
2. In de open zones is de beveiligingsambtenaar te allen tijde gerechtigd om zijn in de artikelen 9, eerste lid, 11en 12, eerste lid, bedoelde bevoegdheden uit te oefenen.
3. In de beschermde zones kan de beveiligingsambtenaar de in de artikelen 9, eerste lid, 11en 12, eerste lid, bedoelde bevoegdheden uitsluitend uitoefenen wanneer hiertoe een gerechtvaardigde reden bestaat.
4. In de besloten en verboden zones kan de beveiligingsambtenaar de in de artikelen 9, eerste lid, 11en 12, eerste lid, bedoelde bevoegdheden uitsluitend uitoefenen om de naleving van het bepaalde in wet- of regelgeving te verzekeren.
2. In de open zones is de beveiligingsambtenaar te allen tijde gerechtigd om zijn in de artikelen 9, eerste lid, 11en 12, eerste lid, bedoelde bevoegdheden uit te oefenen.
3. In de beschermde zones kan de beveiligingsambtenaar de in de artikelen 9, eerste lid, 11en 12, eerste lid, bedoelde bevoegdheden uitsluitend uitoefenen wanneer hiertoe een gerechtvaardigde reden bestaat.
4. In de besloten en verboden zones kan de beveiligingsambtenaar de in de artikelen 9, eerste lid, 11en 12, eerste lid, bedoelde bevoegdheden uitsluitend uitoefenen om de naleving van het bepaalde in wet- of regelgeving te verzekeren.