BWBR0017000
Geldig vanaf 2004-07-16
Artikel 12
Instructie beveiligingsambtenaar BZ
1. De beveiligingsambtenaar kan:
a. opdrachten en instructies geven aan de in het ministerie aanwezige personen,
b. roerende goederen inzien en inzage daarvan vorderen,
c. roerende goederen ter bewaring opslaan,
d. roerende goederen in beslag nemen,
e. roerende goederen uit het ministerie verwijderen,
f. personen de toegang tot het ministerie, dan wel bepaalde zones daarvan, ontzeggen.
2. De beveiligingsambtenaar kan de in het eerste lid genoemde bevoegdheden zonder opgaaf van reden uitoefenen indien:
a. het opgeven van de reden naar zijn oordeel tot onregelmatigheden kan leiden of anderszins nadelige gevolgen voor de veiligheid of de beveiliging van het ministerie kan hebben,
b. aan de opgaaf van de reden naar alle redelijkheid geen behoefte bestaat,
c. over de reden naar alle redelijkheid geen onduidelijkheid kan bestaan, of
d. de betreffende persoon geen toestemming verleent voor de controle, bedoeld in artikel 9, eerste lid, of het onderzoek, bedoeld in artikel 11.
a. opdrachten en instructies geven aan de in het ministerie aanwezige personen,
b. roerende goederen inzien en inzage daarvan vorderen,
c. roerende goederen ter bewaring opslaan,
d. roerende goederen in beslag nemen,
e. roerende goederen uit het ministerie verwijderen,
f. personen de toegang tot het ministerie, dan wel bepaalde zones daarvan, ontzeggen.
2. De beveiligingsambtenaar kan de in het eerste lid genoemde bevoegdheden zonder opgaaf van reden uitoefenen indien:
a. het opgeven van de reden naar zijn oordeel tot onregelmatigheden kan leiden of anderszins nadelige gevolgen voor de veiligheid of de beveiliging van het ministerie kan hebben,
b. aan de opgaaf van de reden naar alle redelijkheid geen behoefte bestaat,
c. over de reden naar alle redelijkheid geen onduidelijkheid kan bestaan, of
d. de betreffende persoon geen toestemming verleent voor de controle, bedoeld in artikel 9, eerste lid, of het onderzoek, bedoeld in artikel 11.