BWBR0016933
Geldig vanaf 2004-07-10
Artikel 7
SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval
1. Er is een commissie die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.
2. De commissie rangschikt, naar de mate waarin naar haar oordeel aan de criteria, bedoeld in artikel 6, derde lid, wordt voldaan, de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert.
3. De commissie bestaat uit ten minste vier en ten hoogste acht leden.
4. De minister benoemt de voorzitter en de leden. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar. De benoeming geschiedt voor een termijn van ten hoogste drie jaar.
5. De commissie stelt haar werkwijze vast.
6. De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
7. De minister voegt aan de commissie voldoende, adequate secretariële ondersteuning toe.
8. De minister draagt er zorg voor dat de commissie over alle stukken die zij in verband met de uitoefening van haar taken nodig acht, kan beschikken.
9. De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2. De commissie rangschikt, naar de mate waarin naar haar oordeel aan de criteria, bedoeld in artikel 6, derde lid, wordt voldaan, de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert.
3. De commissie bestaat uit ten minste vier en ten hoogste acht leden.
4. De minister benoemt de voorzitter en de leden. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar. De benoeming geschiedt voor een termijn van ten hoogste drie jaar.
5. De commissie stelt haar werkwijze vast.
6. De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
7. De minister voegt aan de commissie voldoende, adequate secretariële ondersteuning toe.
8. De minister draagt er zorg voor dat de commissie over alle stukken die zij in verband met de uitoefening van haar taken nodig acht, kan beschikken.
9. De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.