BWBR0016933
Geldig vanaf 2004-07-10
Artikel 3
SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval
1. Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. de volgende kosten, die in de eerste twee jaren na de indiening van de aanvraag zijn gemaakt en betaald en rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen: 1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom 3 van de loonstaat van het betrokken directe personeel en, tot een maximum van 10 procent van de totale loonkosten, van het met projectmanagement belaste personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
3°. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen leasetermijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen in 5 jaar, berekend op basis van de historische aanschafwaarde exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum van 25 procent van de totale projectkosten;
4°. aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom 3 van de loonstaat van het betrokken directe personeel en, tot een maximum van 10 procent van de totale loonkosten, van het met projectmanagement belaste personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
3°. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen leasetermijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen in 5 jaar, berekend op basis van de historische aanschafwaarde exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum van 25 procent van de totale projectkosten;
4°. aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
b. een opslag voor algemene kosten, groot 25 procent van de in onderdeel a, aanhef en onder 1° bedoelde loonkosten.
2. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
a. de volgende kosten, die in de eerste twee jaren na de indiening van de aanvraag zijn gemaakt en betaald en rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen: 1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom 3 van de loonstaat van het betrokken directe personeel en, tot een maximum van 10 procent van de totale loonkosten, van het met projectmanagement belaste personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
3°. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen leasetermijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen in 5 jaar, berekend op basis van de historische aanschafwaarde exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum van 25 procent van de totale projectkosten;
4°. aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom 3 van de loonstaat van het betrokken directe personeel en, tot een maximum van 10 procent van de totale loonkosten, van het met projectmanagement belaste personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
3°. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen leasetermijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen in 5 jaar, berekend op basis van de historische aanschafwaarde exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum van 25 procent van de totale projectkosten;
4°. aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
b. een opslag voor algemene kosten, groot 25 procent van de in onderdeel a, aanhef en onder 1° bedoelde loonkosten.
2. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.