BWBR0016871
Geldig vanaf 2004-06-30
Artikel 2
Besluit vervallen causaliteit en voortzetting voorzieningen wetten voor oorlogsgetroffenen
1. Het vervallen van de causaliteitseis, bedoeld in artikel 21a, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945en artikel 33a, eerste lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945, heeft betrekking op:
a. de vergoeding van of de tegemoetkoming in de kosten van maximaal 4 uur huishoudelijke hulp per week;
b. de vergoeding van de kosten van het vervoer voor het onderhouden van sociale contacten;
c. de vergoeding van de kosten van extra vakantie;
d. de tegemoetkoming in de kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer.
2. De vergoeding of de tegemoetkoming, genoemd in het eerste lid, wordt alleen toegekend indien hiertoe een medische noodzaak of medisch-sociale wenselijkheid bestaat en de gerechtigde de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt.
a. de vergoeding van of de tegemoetkoming in de kosten van maximaal 4 uur huishoudelijke hulp per week;
b. de vergoeding van de kosten van het vervoer voor het onderhouden van sociale contacten;
c. de vergoeding van de kosten van extra vakantie;
d. de tegemoetkoming in de kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer.
2. De vergoeding of de tegemoetkoming, genoemd in het eerste lid, wordt alleen toegekend indien hiertoe een medische noodzaak of medisch-sociale wenselijkheid bestaat en de gerechtigde de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt.