BWBR0016751
Geldig vanaf 2008-10-11
Artikel 6
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2004
1. Ondertekening door in voorgaande artikelen genoemde functionarissen van een document krachtens mandaat of volmacht luidt als volgt:
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze:
(handtekening)
(naam)
(functie)
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondertekening van een document krachtens machtiging, tenzij uit de aard en de inhoud van het document reeds voldoende blijkt dat het namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is opgesteld. In dat geval luidt de ondertekening als volgt:
(handtekening)
(naam)
(functie)
3. Een document als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt opgesteld conform de vastgestelde huisstijl van het Ministerie van Algemene Zaken.
DE MINISTER-PRESIDENT,
Minister van Algemene Zaken,
namens deze:
(handtekening)
(naam)
(functie)
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondertekening van een document krachtens machtiging, tenzij uit de aard en de inhoud van het document reeds voldoende blijkt dat het namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is opgesteld. In dat geval luidt de ondertekening als volgt:
(handtekening)
(naam)
(functie)
3. Een document als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt opgesteld conform de vastgestelde huisstijl van het Ministerie van Algemene Zaken.