BWBR0016651
Geldig vanaf 2005-06-16
Artikel 2
Besluit landelijk overleg milieuwethandhaving
1. Het BLOM heeft tot taak:
a. voorstellen te ontwikkelen voor doelmatige handhaving van meer dan provinciaal belang in Nederland;
b. de samenhang te bevorderen in de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van onderdelen van het handhavingsbeleid zoals ketenhandhaving etc.;
c. voorstellen doen voor verbetering van handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van regelgeving;
d. afspraken maken over gezamenlijke prioriteiten en de daarvoor benodigde capaciteit.
e. coördineren van handhavingsinspanningen van de handhavende instanties.
f. het coördineren van rapportages met betrekking tot de handhaving van milieuregelgeving aan de Europese Unie.
2. Het BLOM kan daartoe de met de handhaving van milieuregelgeving belaste overheidsorganen gevraagd of ongevraagd adviseren over:
a. de afstemming van hun handhavingsbeleid, waaronder het stellen van prioriteiten voor de handhaving van de milieuregelgeving;
b. hun operationele samenwerking bij de handhaving, waaronder de inzet van capaciteit voor de handhaving van de milieuregelgeving;
c. handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid van milieuregelgeving;
d. andere onderwerpen met betrekking tot de handhaving van de milieuregelgeving.
a. voorstellen te ontwikkelen voor doelmatige handhaving van meer dan provinciaal belang in Nederland;
b. de samenhang te bevorderen in de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van onderdelen van het handhavingsbeleid zoals ketenhandhaving etc.;
c. voorstellen doen voor verbetering van handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van regelgeving;
d. afspraken maken over gezamenlijke prioriteiten en de daarvoor benodigde capaciteit.
e. coördineren van handhavingsinspanningen van de handhavende instanties.
f. het coördineren van rapportages met betrekking tot de handhaving van milieuregelgeving aan de Europese Unie.
2. Het BLOM kan daartoe de met de handhaving van milieuregelgeving belaste overheidsorganen gevraagd of ongevraagd adviseren over:
a. de afstemming van hun handhavingsbeleid, waaronder het stellen van prioriteiten voor de handhaving van de milieuregelgeving;
b. hun operationele samenwerking bij de handhaving, waaronder de inzet van capaciteit voor de handhaving van de milieuregelgeving;
c. handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid van milieuregelgeving;
d. andere onderwerpen met betrekking tot de handhaving van de milieuregelgeving.