BWBR0016651
Geldig vanaf 2005-06-16
Artikel 10
Besluit landelijk overleg milieuwethandhaving
1. De inspecteur-generaal VROM is voorzitter, tevens lid, van het ALOM. De plaatsvervangend inspecteur-generaal is plaatsvervangend voorzitter, tevens lid.
2. In het ALOM hebben naast de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zitting:
a. de directeur handhaving van het Ministerie van Justitie;
b. de directeur van de Algemene Inspectie Dienst van het ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Voedselkwaliteit;
c. de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, vertegenwoordigd door de directeur hoofdinspecteur van de Divisie Water;
d. de inspecteur-generaal van het Staatstoezicht op de Mijnen;
e. twee directeuren van een provinciale milieudienst als vertegenwoordigers van het Interprovinciaal Overleg;
f. twee vertegenwoordigers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; (directeur (en) van een gemeentelijke of intergemeentelijke milieudienst en/of een vertegenwoordiger op managementniveau van het bureau van de VNG);
g. de directeur van de handhavingsdienst van een waterschap als vertegenwoordiger van de Unie van Waterschappen;
h. de portefeuillehouder milieu van de Raad van Hoofdcommissarissen;
i. Hoofdofficier van het Functioneel Parket;
j. een vertegenwoordiger op directie niveau van het bureau van de Unie van Waterschappen;
3. De in het tweede lid genoemde ministeries kunnen de vergaderingen van het ALOM doen bijwonen door daartoe door hen aangewezen ambtenaren van vergelijkbaar niveau;
4. Het ALOM kan andere personen uitnodigen bij een vergadering aanwezig te zijn.
5. Voor elk lid kan een plaatsvervanger met een functie van vergelijkbaar niveau worden aangewezen.
2. In het ALOM hebben naast de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zitting:
a. de directeur handhaving van het Ministerie van Justitie;
b. de directeur van de Algemene Inspectie Dienst van het ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Voedselkwaliteit;
c. de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, vertegenwoordigd door de directeur hoofdinspecteur van de Divisie Water;
d. de inspecteur-generaal van het Staatstoezicht op de Mijnen;
e. twee directeuren van een provinciale milieudienst als vertegenwoordigers van het Interprovinciaal Overleg;
f. twee vertegenwoordigers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; (directeur (en) van een gemeentelijke of intergemeentelijke milieudienst en/of een vertegenwoordiger op managementniveau van het bureau van de VNG);
g. de directeur van de handhavingsdienst van een waterschap als vertegenwoordiger van de Unie van Waterschappen;
h. de portefeuillehouder milieu van de Raad van Hoofdcommissarissen;
i. Hoofdofficier van het Functioneel Parket;
j. een vertegenwoordiger op directie niveau van het bureau van de Unie van Waterschappen;
3. De in het tweede lid genoemde ministeries kunnen de vergaderingen van het ALOM doen bijwonen door daartoe door hen aangewezen ambtenaren van vergelijkbaar niveau;
4. Het ALOM kan andere personen uitnodigen bij een vergadering aanwezig te zijn.
5. Voor elk lid kan een plaatsvervanger met een functie van vergelijkbaar niveau worden aangewezen.