BWBR0016638
Geldig vanaf 2014-12-03
Artikel 3a
Vrijstellingsregeling Wet toezicht trustkantoren
1. Vrijstelling van het in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantorengenoemde verbod wordt verleend aan personen, indien deze uitsluitend bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 3°, van de Wet toezicht trustkantorenvoor zover:
a. hun bemiddeling is gericht op de verkoop van een rechtspersoon door een trustkantoor dat beschikt over een vergunning op grond van de Wet toezicht trustkantoren;
b. de rechtspersoon op welke de bemiddeling betrekking heeft een onderneming drijft en de verkoop van die rechtspersoon geen verband houdt met beëindiging van die onderneming onder voortzetting van die rechtspersoon.
2. Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, worden de volgende voorschriften verbonden:
a. de bemiddelaar beschikt over procedures gericht op het achterhalen van de intentie van de beoogde koper van de rechtspersoon met betrekking tot de onderneming die de rechtspersoon drijft en het schriftelijk vastleggen van die intentie;
b. de bemiddelaar leeft de procedures, bedoeld in onderdeel a, na;
c. de bemiddelaar draagt zorg voor schriftelijke vastlegging van de overeenkomst tot bemiddeling en de overeenkomst tot verkoop van de rechtspersoon;
d. de bemiddelaar bewaart de stukken, bedoeld in onderdelen a en c, gedurende ten minste vijf jaar en houdt deze op een voor de toezichthouder toegankelijke wijze beschikbaar.
a. hun bemiddeling is gericht op de verkoop van een rechtspersoon door een trustkantoor dat beschikt over een vergunning op grond van de Wet toezicht trustkantoren;
b. de rechtspersoon op welke de bemiddeling betrekking heeft een onderneming drijft en de verkoop van die rechtspersoon geen verband houdt met beëindiging van die onderneming onder voortzetting van die rechtspersoon.
2. Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, worden de volgende voorschriften verbonden:
a. de bemiddelaar beschikt over procedures gericht op het achterhalen van de intentie van de beoogde koper van de rechtspersoon met betrekking tot de onderneming die de rechtspersoon drijft en het schriftelijk vastleggen van die intentie;
b. de bemiddelaar leeft de procedures, bedoeld in onderdeel a, na;
c. de bemiddelaar draagt zorg voor schriftelijke vastlegging van de overeenkomst tot bemiddeling en de overeenkomst tot verkoop van de rechtspersoon;
d. de bemiddelaar bewaart de stukken, bedoeld in onderdelen a en c, gedurende ten minste vijf jaar en houdt deze op een voor de toezichthouder toegankelijke wijze beschikbaar.