1. Vrijstelling van het in
artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantorengenoemde verbod wordt verleend aan de hierna te noemen personen onder de hierna te noemen voorwaarden, indien deze uitsluitend de dienst verlenen genoemd in
artikel 1, onderdeel d, onder 5°, van de Wet toezicht trustkantoren:
a. advocaten en personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten gericht op het incasseren van vorderingen, voor zover zij de bedoelde dienst verlenen door middel van een stichting die: 1°. als enige activiteit heeft het tijdelijke beheer van gelden ten behoeve van de rechthebbenden of degenen die zullen blijken de rechthebbenden te zijn; en
2°. uitsluitend werkzaam is voor personen die niet zelf gerechtigd zijn tot de gelden, hetgeen uit een schriftelijke overeenkomst tussen de stichting en de betrokken personen blijkt;
1°. als enige activiteit heeft het tijdelijke beheer van gelden ten behoeve van de rechthebbenden of degenen die zullen blijken de rechthebbenden te zijn; en
2°. uitsluitend werkzaam is voor personen die niet zelf gerechtigd zijn tot de gelden, hetgeen uit een schriftelijke overeenkomst tussen de stichting en de betrokken personen blijkt;
b. betaaldienstverleners die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in of vanuit Nederland het bedrijf van betaaldienstverlener mogen uitoefenen voor zover de bedoelde dienst betrekking heeft op gelden die zijn of worden ontvangen van betaaldienstgebruikers in verband met het verlenen van betaaldiensten;
c. bewindvoerders die: 1°. benoemd zijn op grond van artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet; en
2°. personen zijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit subsidie bewindvoerder schuldsanering, voor zover zij gelden aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet.
1°. benoemd zijn op grond van artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet; en
2°. personen zijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit subsidie bewindvoerder schuldsanering, voor zover zij gelden aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in Titel III van de Faillissementswet.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de begrippen ‘betaaldienstverlener’, ‘betaaldienstgebruiker’, ‘betaaldienst’ en ‘bewindvoerder’ verstaan: hetgeen daaronder in de
Wet op het financieel toezichtwordt verstaan.