BWBR0016590
Geldig vanaf 2004-06-01
Artikel 7
Regeling ziekenvervoer Ziekenfondswet
1. De verzekerde is voor zichzelf en zijn medeverzekerden tezamen voor vervoer als bedoeld in de artikelen 2en 3alsmede, tenzij het betreft vervoer per ambulance als bedoeld in artikel 1, eerste lid, Wet ambulancevervoer, artikel 4, een bijdrage verschuldigd van € 82 per twaalf maanden.
2. In afwijking van het eerste lid zijn verzekerden die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, met elkaar gehuwd zijn en niet duurzaam van elkaar gescheiden leven, voor henzelf en hun medeverzekerden tezamen voor vervoer als bedoeld in deze regeling een bijdrage verschuldigd van € 82 per twaalf maanden. Voor de toepassing van de vorige volzin worden verzekerden die in een kalendermaand de leeftijd van 65 jaar zullen bereiken, geacht deze leeftijd reeds te hebben bereikt met ingang van die kalendermaand.
3. In afwijking van het eerste lid zijn twee verzekerden die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, van verschillend of gelijk geslacht zijn, tussen wie geen bloedverwantschap bestaat in de eerste of tweede graad en die zonder met elkaar gehuwd te zijn duurzaam met elkaar een gezamenlijke huishouding voeren en beiden een bijdrage leveren in de kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien, voor henzelf en hun medeverzekerden tezamen voor vervoer als bedoeld in deze regeling een bijdrage verschuldigd van € 82 per twaalf maanden. Voor de toepassing van de vorige volzin worden verzekerden die in een kalendermaand de leeftijd van 65 jaar zullen bereiken, geacht deze leeftijd reeds te hebben bereikt met ingang van die kalendermaand.
4. Het ziekenfonds vergoedt aan de verzekerde die gedurende het in het eerste lid genoemde tijdvak voor zichzelf en zijn medeverzekerden tezamen meer dan € 82 heeft bijgedragen, tegen overlegging van de bewijsstukken inzake de redenen, tijdstippen en kosten van het vervoer het meerdere en verstrekt de verzekerde een verklaring dat de bijdrage is voldaan.
5. Een bijdrage is niet verschuldigd voor ziekenvervoer per auto van de verzekerde:
a. van een instelling waarin hij ten laste van de ziekenfondsverzekering of de bijzondere ziektekostenverzekering is opgenomen, naar een andere instelling waarin de verzekerde ten laste van de ziekenfondsverzekering of de bijzondere ziektekostenverzekering wordt opgenomen voor het ondergaan van een specialistisch onderzoek of een specialistische behandeling waarvoor in de eerstbedoelde instelling niet de mogelijkheid bestaat;
b. van een instelling als bedoeld in onderdeel a, naar een persoon of instelling voor het ondergaan van een specialistisch onderzoek of een specialistische behandeling ten laste van de ziekenfondsverzekering waarvoor in de eerstbedoelde instelling niet de mogelijkheid bestaat, alsmede het vervoer terug naar die instelling;
c. van een instelling waarin de verzekerde ten laste van de bijzondere ziektekostenverzekering is opgenomen, naar een persoon of instelling voor een tandheelkundige behandeling ten laste van de bijzondere ziektekostenverzekering, waarvoor in de eerstbedoelde instelling niet de mogelijkheid bestaat, alsmede het vervoer terug naar die instelling.
2. In afwijking van het eerste lid zijn verzekerden die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, met elkaar gehuwd zijn en niet duurzaam van elkaar gescheiden leven, voor henzelf en hun medeverzekerden tezamen voor vervoer als bedoeld in deze regeling een bijdrage verschuldigd van € 82 per twaalf maanden. Voor de toepassing van de vorige volzin worden verzekerden die in een kalendermaand de leeftijd van 65 jaar zullen bereiken, geacht deze leeftijd reeds te hebben bereikt met ingang van die kalendermaand.
3. In afwijking van het eerste lid zijn twee verzekerden die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, van verschillend of gelijk geslacht zijn, tussen wie geen bloedverwantschap bestaat in de eerste of tweede graad en die zonder met elkaar gehuwd te zijn duurzaam met elkaar een gezamenlijke huishouding voeren en beiden een bijdrage leveren in de kosten van de huishouding dan wel op andere wijze in elkaars verzorging voorzien, voor henzelf en hun medeverzekerden tezamen voor vervoer als bedoeld in deze regeling een bijdrage verschuldigd van € 82 per twaalf maanden. Voor de toepassing van de vorige volzin worden verzekerden die in een kalendermaand de leeftijd van 65 jaar zullen bereiken, geacht deze leeftijd reeds te hebben bereikt met ingang van die kalendermaand.
4. Het ziekenfonds vergoedt aan de verzekerde die gedurende het in het eerste lid genoemde tijdvak voor zichzelf en zijn medeverzekerden tezamen meer dan € 82 heeft bijgedragen, tegen overlegging van de bewijsstukken inzake de redenen, tijdstippen en kosten van het vervoer het meerdere en verstrekt de verzekerde een verklaring dat de bijdrage is voldaan.
5. Een bijdrage is niet verschuldigd voor ziekenvervoer per auto van de verzekerde:
a. van een instelling waarin hij ten laste van de ziekenfondsverzekering of de bijzondere ziektekostenverzekering is opgenomen, naar een andere instelling waarin de verzekerde ten laste van de ziekenfondsverzekering of de bijzondere ziektekostenverzekering wordt opgenomen voor het ondergaan van een specialistisch onderzoek of een specialistische behandeling waarvoor in de eerstbedoelde instelling niet de mogelijkheid bestaat;
b. van een instelling als bedoeld in onderdeel a, naar een persoon of instelling voor het ondergaan van een specialistisch onderzoek of een specialistische behandeling ten laste van de ziekenfondsverzekering waarvoor in de eerstbedoelde instelling niet de mogelijkheid bestaat, alsmede het vervoer terug naar die instelling;
c. van een instelling waarin de verzekerde ten laste van de bijzondere ziektekostenverzekering is opgenomen, naar een persoon of instelling voor een tandheelkundige behandeling ten laste van de bijzondere ziektekostenverzekering, waarvoor in de eerstbedoelde instelling niet de mogelijkheid bestaat, alsmede het vervoer terug naar die instelling.