BWBR0016510
Geldig vanaf 2004-03-28
Artikel 1
Invoeringsregeling verlofsparen Rechterlijke Macht
1. De <a href="/wet/BWBR0014771" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Verlofspaarregeling rijkspersoneel</a>is van overeenkomstige toepassing op de rechterlijke ambtenaren die zijn aangesteld of aangewezen voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke taak en de rechterlijke ambtenaren in opleiding met dien verstande dat:
a. onder ambtenaar wordt verstaan: rechterlijk ambtenaar en rechterlijk ambtenaar in opleiding;
b. onder artikel 21c, derde lid, van het ARAR wordt verstaan: artikel 38k, derde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
c. onder bevoegd gezag wordt verstaan: functionele autoriteit;
d. onder sector Rijk wordt verstaan: sector Rechterlijke Macht;
e. onder bezoldiging, salaris onderscheidenlijk vakantie-uitkering wordt verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0014771/artikel/2.1.4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1.4, derde lid, van de Verlofspaarregeling rijkspersoneel</a>dienen de rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding de aanvraag tot het sparen van een geldelijke voorziening voor spaarverlof, die betrekking heeft op het jaar 2004, uiterlijk in op 1 oktober 2004.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0014771/artikel/2.1.4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1.4., derde lid, van de Verlofspaarregeling rijkspersoneel</a>dienen de rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding de aanvraag tot het sparen van een geldelijke voorziening voor spaarverlof, die betrekking heeft op het inzetten van (een deel van) de vakantie-uitkering als bron voor het jaar 2004, in voor 15 april 2004.
4. In afwijking van het eerste lid is <a href="/wet/BWBR0014771/artikel/3.4.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.4.1. van de Verlofspaarregeling rijkspersoneel</a>niet van overeenkomstige toepassing op de rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding.
a. onder ambtenaar wordt verstaan: rechterlijk ambtenaar en rechterlijk ambtenaar in opleiding;
b. onder artikel 21c, derde lid, van het ARAR wordt verstaan: artikel 38k, derde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
c. onder bevoegd gezag wordt verstaan: functionele autoriteit;
d. onder sector Rijk wordt verstaan: sector Rechterlijke Macht;
e. onder bezoldiging, salaris onderscheidenlijk vakantie-uitkering wordt verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
2. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0014771/artikel/2.1.4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1.4, derde lid, van de Verlofspaarregeling rijkspersoneel</a>dienen de rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding de aanvraag tot het sparen van een geldelijke voorziening voor spaarverlof, die betrekking heeft op het jaar 2004, uiterlijk in op 1 oktober 2004.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0014771/artikel/2.1.4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1.4., derde lid, van de Verlofspaarregeling rijkspersoneel</a>dienen de rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding de aanvraag tot het sparen van een geldelijke voorziening voor spaarverlof, die betrekking heeft op het inzetten van (een deel van) de vakantie-uitkering als bron voor het jaar 2004, in voor 15 april 2004.
4. In afwijking van het eerste lid is <a href="/wet/BWBR0014771/artikel/3.4.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.4.1. van de Verlofspaarregeling rijkspersoneel</a>niet van overeenkomstige toepassing op de rechterlijke ambtenaren en de rechterlijke ambtenaren in opleiding.