BWBR0016496
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 5
Regeling kwijtschelding en buiteninvorderingstelling 2004
1. Indien de in artikel 4, eerste lid, onder b, bedoelde afweging ten nadele uitvalt van verdere invorderingsmaatregelen en er niet om een beleidsmatige reden wordt besloten de invorderingsprocedure voort te zetten, wordt de vordering voorlopig buiten invordering gesteld.
2. Tot een voorlopige buiteninvorderingstelling wordt:
a. boven een eerste door de Minister van Financiën vast te stellen bedrag niet besloten, dan nadat daarvoor de instemming is verkregen van de directeur FEZ of van de de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ tot de voorlopige buiteninvorderingstelling besluit;
b. boven een tweede door de Minister van Financiën vast te stellen bedrag niet besloten dan nadat daarvoor tevens de instemming van de Minister van Financiën is verkregen.
3. Van een voorlopig buiten invordering gestelde vordering wordt gedurende een periode van vijf jaar tenminste een maal per jaar nagegaan of intussen de mogelijkheid van invordering alsnog is ontstaan.
4. Een voorlopig buiten invordering gesteld bedrag kan geheel of gedeeltelijk worden kwijtgescholden, indien daarmee zekerheid wordt verkregen over de invordering van het resterende bedrag of van andere vorderingen op dezelfde debiteur.
2. Tot een voorlopige buiteninvorderingstelling wordt:
a. boven een eerste door de Minister van Financiën vast te stellen bedrag niet besloten, dan nadat daarvoor de instemming is verkregen van de directeur FEZ of van de de betrokken secretaris-generaal in het geval de directeur FEZ tot de voorlopige buiteninvorderingstelling besluit;
b. boven een tweede door de Minister van Financiën vast te stellen bedrag niet besloten dan nadat daarvoor tevens de instemming van de Minister van Financiën is verkregen.
3. Van een voorlopig buiten invordering gestelde vordering wordt gedurende een periode van vijf jaar tenminste een maal per jaar nagegaan of intussen de mogelijkheid van invordering alsnog is ontstaan.
4. Een voorlopig buiten invordering gesteld bedrag kan geheel of gedeeltelijk worden kwijtgescholden, indien daarmee zekerheid wordt verkregen over de invordering van het resterende bedrag of van andere vorderingen op dezelfde debiteur.