BWBR0016496
Geldig vanaf 2004-04-01
Artikel 3
Regeling kwijtschelding en buiteninvorderingstelling 2004
1. Tot kwijtschelden wordt niet overgegaan dan nadat daartoe de instemming is verkregen van de directeur FEZ of, in het geval de directeur FEZ de kwijtschelding namens de betrokken minister verricht, van de betrokken secretaris-generaal.
2. Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, kan tot kwijtschelden worden besloten op grond van billijkheid, doelmatigheid of om een beleidsmatige reden.
3. Het kwijtgescholden bedrag wordt in de vorderingenadministratie afgeboekt.
4. Na afloop van elk jaar stelt de betrokken budgethouder aan de directeur FEZ de door deze te bepalen gegevens beschikbaar over de verleende kwijtscheldingen waartoe hij in het voorafgaande jaar heeft besloten.
2. Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, kan tot kwijtschelden worden besloten op grond van billijkheid, doelmatigheid of om een beleidsmatige reden.
3. Het kwijtgescholden bedrag wordt in de vorderingenadministratie afgeboekt.
4. Na afloop van elk jaar stelt de betrokken budgethouder aan de directeur FEZ de door deze te bepalen gegevens beschikbaar over de verleende kwijtscheldingen waartoe hij in het voorafgaande jaar heeft besloten.