BWBR0016495
Geldig vanaf 2004-03-28
Artikel 5
Subsidieregeling bestrijding winkelcriminaliteit G30
1. De minister wint omtrent de aanvragen het advies in van de Adviescommissie Subsidieregeling bestrijding winkelcriminaliteit G30.
2. De commissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert zodanig, dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. de wijze en de vorm van samenwerking tussen de deelnemers in het samenwerkingsverband duidelijker zichtbaar is ten aanzien van het project;
b. de bereidheid tot het aangaan van verplichtingen van de deelnemers in het samenwerkingsverband duidelijker is vastgelegd dan bij een ander project;
c. het project, waarop het idee betrekking heeft, effectiever is dan een ander project;
d. het project kosteneffectiever is dan een ander project, daarbij de hoogte van de kosten in aanmerking nemend;
e. de inzet van menskracht doelmatiger en effectiever is dan bij een ander project;
f. het project innovatiever is dan een ander project;
g. de doelstellingen en uitwerking van een project beter toepasbaar en makkelijker overdraagbaar zijn dan bij een ander project;
h. het project eenvoudiger te realiseren is dan een ander project;
i. het project een grotere voorbeeldwerking heeft dan een ander project;
j. de termijn waarbinnen het project in uitvoering wordt genomen of wordt voltooid korter is dan bij een ander project;
k. het project een grotere bijdrage levert aan de preventie van criminaliteit en onveiligheid in winkelgebieden in de G30 dan een ander project;
l. het project inhoudelijk meer afwijkt van andere projecten (variëteit).
3. Voor de rangschikking door de commissie wegen de in het tweede lid genoemde criteria even zwaar.
2. De commissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert zodanig, dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naar mate:
a. de wijze en de vorm van samenwerking tussen de deelnemers in het samenwerkingsverband duidelijker zichtbaar is ten aanzien van het project;
b. de bereidheid tot het aangaan van verplichtingen van de deelnemers in het samenwerkingsverband duidelijker is vastgelegd dan bij een ander project;
c. het project, waarop het idee betrekking heeft, effectiever is dan een ander project;
d. het project kosteneffectiever is dan een ander project, daarbij de hoogte van de kosten in aanmerking nemend;
e. de inzet van menskracht doelmatiger en effectiever is dan bij een ander project;
f. het project innovatiever is dan een ander project;
g. de doelstellingen en uitwerking van een project beter toepasbaar en makkelijker overdraagbaar zijn dan bij een ander project;
h. het project eenvoudiger te realiseren is dan een ander project;
i. het project een grotere voorbeeldwerking heeft dan een ander project;
j. de termijn waarbinnen het project in uitvoering wordt genomen of wordt voltooid korter is dan bij een ander project;
k. het project een grotere bijdrage levert aan de preventie van criminaliteit en onveiligheid in winkelgebieden in de G30 dan een ander project;
l. het project inhoudelijk meer afwijkt van andere projecten (variëteit).
3. Voor de rangschikking door de commissie wegen de in het tweede lid genoemde criteria even zwaar.