BWBR0016495
Geldig vanaf 2004-03-28
Artikel 4
Subsidieregeling bestrijding winkelcriminaliteit G30
1. Aanvragen om subsidie op grond van deze regeling moeten zijn ontvangen in de periode die loopt van de tweede dag na publicatie van deze regeling in de Staatscourant tot en met 31 mei 2004.
2. Een der deelnemers in het samenwerkingsverband dient de aanvraag mede namens de andere deelnemers in, met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.
3. Bij de aanvraag dient, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, inzicht te worden gegeven in het idee, bedoeld in artikel 2, en in het project, waarop dat idee betrekking heeft, waarbij in elk geval aandacht wordt besteed aan de volgende aspecten:
a. de wijze waarop het idee in onderlinge samenwerking tot stand is gekomen en de rol van elk van de deelnemers daarbij;
b. het aantal deelnemers in het samenwerkingsverband en naam- en adresgegevens van die deelnemers;
c. de inhoud en de doelstellingen van het project, waarop het idee betrekking heeft;
d. de kosten en de kosteneffectiviteit van het project;
e. de inzet van menskracht voor het project;
f. het innovatieve karakter van het project;
g. de overdraagbaarheid en toepasbaarheid van het project;
h. de voorbeeldwerking van het project;
i. de termijn waarop het project door het samenwerkingsverband in uitvoering wordt genomen of wordt voltooid;
j. de wijze en vorm van de samenwerking in het samenwerkingsverband, de onderlinge rechten en plichten van de deelnemers en de inbreng waaronder de financiële inbreng van elk van de deelnemers bij de uitvoering van het project.
2. Een der deelnemers in het samenwerkingsverband dient de aanvraag mede namens de andere deelnemers in, met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.
3. Bij de aanvraag dient, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, inzicht te worden gegeven in het idee, bedoeld in artikel 2, en in het project, waarop dat idee betrekking heeft, waarbij in elk geval aandacht wordt besteed aan de volgende aspecten:
a. de wijze waarop het idee in onderlinge samenwerking tot stand is gekomen en de rol van elk van de deelnemers daarbij;
b. het aantal deelnemers in het samenwerkingsverband en naam- en adresgegevens van die deelnemers;
c. de inhoud en de doelstellingen van het project, waarop het idee betrekking heeft;
d. de kosten en de kosteneffectiviteit van het project;
e. de inzet van menskracht voor het project;
f. het innovatieve karakter van het project;
g. de overdraagbaarheid en toepasbaarheid van het project;
h. de voorbeeldwerking van het project;
i. de termijn waarop het project door het samenwerkingsverband in uitvoering wordt genomen of wordt voltooid;
j. de wijze en vorm van de samenwerking in het samenwerkingsverband, de onderlinge rechten en plichten van de deelnemers en de inbreng waaronder de financiële inbreng van elk van de deelnemers bij de uitvoering van het project.