BWBR0016463
Geldig vanaf 2004-03-14
Artikel 6
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving 2004
Aan de hoofden, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4, wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:
a. het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatorische eenheid voorzover het betreft: 1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van beoordelingen;
2°. het houden van manager–medewerkergesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van beoordelingen;
2°. het houden van manager–medewerkergesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
b. het afdoen van stukken, met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijze kan worden vermoed, dat deze door de directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetging moeten worden afgedaan.
a. het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatorische eenheid voorzover het betreft: 1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van beoordelingen;
2°. het houden van manager–medewerkergesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van beoordelingen;
2°. het houden van manager–medewerkergesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;
b. het afdoen van stukken, met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijze kan worden vermoed, dat deze door de directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetging moeten worden afgedaan.