BWBR0016460
Geldig vanaf 2004-04-15
Artikel 5
Besluit verbranden afvalstoffen
1. Degene die een inrichting drijft waarbinnen zich een verbrandingsinstallatie bevindt, draagt er zorg voor dat afvalstoffen niet in ontvangst worden genomen dan nadat:
a. ten minste de massa van de afvalstoffen, voorzover mogelijk per categorie, genoemd in de afvalstoffenlijst, is bepaald en geregistreerd;
b. voorzover het gevaarlijke afvalstoffen betreft, ten minste van die afvalstoffen monsters zijn genomen en die monsters zijn geanalyseerd, tenzij dit niet dienstig is, en
c. voorzover het gevaarlijke afvalstoffen betreft, hij van de ontdoener van die afvalstoffen ten minste de volgende gegevens heeft ontvangen en daarvan de gegevens, bedoeld onder 1° en 2°, heeft gecontroleerd: 1°. de gegevens die vereist zijn op grond van de kaderrichtlijn afvalstoffen en, voor zover van toepassing, op grond van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
2º. de gegevens die vereist zijn bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
3º. gegevens over de gevaarlijke eigenschappen van de gevaarlijke afvalstoffen;
4º. gegevens over de stoffen waarmee zij niet mogen worden gemengd;
5º. gegevens over de bij de behandeling van de gevaarlijke afvalstoffen te treffen voorzorgsmaatregelen.
1°. de gegevens die vereist zijn op grond van de kaderrichtlijn afvalstoffen en, voor zover van toepassing, op grond van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
2º. de gegevens die vereist zijn bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
3º. gegevens over de gevaarlijke eigenschappen van de gevaarlijke afvalstoffen;
4º. gegevens over de stoffen waarmee zij niet mogen worden gemengd;
5º. gegevens over de bij de behandeling van de gevaarlijke afvalstoffen te treffen voorzorgsmaatregelen.
2. De monsters, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden ten minste gedurende een maand na het thermisch behandelen van de partij waaruit de monsters zijn genomen, bewaard. De omstandigheden waaronder de monsters worden bewaard, zijn zodanig dat de fysische en chemische samenstelling ongewijzigd blijft.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en c, worden ten minste gedurende vijf jaren na het thermisch behandelen van de partij waarop de gegevens betrekking hebben, bewaard.
4. Het bevoegd gezag kan bij zijn beslissing omtrent een vergunning afwijken van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, voorzover het verbrandingsinstallaties betreft waarin uitsluitend afvalstoffen afkomstig uit de inrichting waarbinnen de verbrandings-installatie zich bevindt, thermisch worden behandeld.
a. ten minste de massa van de afvalstoffen, voorzover mogelijk per categorie, genoemd in de afvalstoffenlijst, is bepaald en geregistreerd;
b. voorzover het gevaarlijke afvalstoffen betreft, ten minste van die afvalstoffen monsters zijn genomen en die monsters zijn geanalyseerd, tenzij dit niet dienstig is, en
c. voorzover het gevaarlijke afvalstoffen betreft, hij van de ontdoener van die afvalstoffen ten minste de volgende gegevens heeft ontvangen en daarvan de gegevens, bedoeld onder 1° en 2°, heeft gecontroleerd: 1°. de gegevens die vereist zijn op grond van de kaderrichtlijn afvalstoffen en, voor zover van toepassing, op grond van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
2º. de gegevens die vereist zijn bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
3º. gegevens over de gevaarlijke eigenschappen van de gevaarlijke afvalstoffen;
4º. gegevens over de stoffen waarmee zij niet mogen worden gemengd;
5º. gegevens over de bij de behandeling van de gevaarlijke afvalstoffen te treffen voorzorgsmaatregelen.
1°. de gegevens die vereist zijn op grond van de kaderrichtlijn afvalstoffen en, voor zover van toepassing, op grond van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen;
2º. de gegevens die vereist zijn bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
3º. gegevens over de gevaarlijke eigenschappen van de gevaarlijke afvalstoffen;
4º. gegevens over de stoffen waarmee zij niet mogen worden gemengd;
5º. gegevens over de bij de behandeling van de gevaarlijke afvalstoffen te treffen voorzorgsmaatregelen.
2. De monsters, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden ten minste gedurende een maand na het thermisch behandelen van de partij waaruit de monsters zijn genomen, bewaard. De omstandigheden waaronder de monsters worden bewaard, zijn zodanig dat de fysische en chemische samenstelling ongewijzigd blijft.
3. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en c, worden ten minste gedurende vijf jaren na het thermisch behandelen van de partij waarop de gegevens betrekking hebben, bewaard.
4. Het bevoegd gezag kan bij zijn beslissing omtrent een vergunning afwijken van het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, voorzover het verbrandingsinstallaties betreft waarin uitsluitend afvalstoffen afkomstig uit de inrichting waarbinnen de verbrandings-installatie zich bevindt, thermisch worden behandeld.