BWBR0016460
Geldig vanaf 2004-04-15
Artikel 1
Besluit verbranden afvalstoffen
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. afvalverbrandingsinstallatie: technische eenheid waarin al dan niet de opgewekte warmte wordt teruggewonnen en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor: 1º. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen;
2º. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
3º. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
1º. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen;
2º. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
3º. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
b. meeverbrandingsinstallatie: technische eenheid die in hoofdzaak is bestemd voor de opwekking van energie of de vervaardiging van producten en waarin afvalstoffen of de producten van thermische behandeling als brandstof worden gebruikt of afvalstoffen thermisch worden behandeld ten behoeve van verwijdering;
c. verbrandingsinstallatie: afvalverbrandingsinstallatie of meeverbrandingsinstallatie;
d. gemiddelde netto calorische waarde: op de onderste verbrandingswaarde betrokken hoeveelheid energie die bij de verbranding van een bepaalde hoeveelheid brandstof vrijkomt;
e. vergunning: omgevingsvergunning voor een inrichting;
f. stookinstallatie: technische eenheid waarin brandstof wordt geoxideerd met als doel de aldus opgewekte warmte te gebruiken, niet zijnde een: 1º. verbrandingsinstallatie waarvan de daarin ontstane verbrandingsproducten rechtstreeks in een productieproces worden gebruikt;
2º. zuigermotor;
3º. gasturbine die op offshoreplatforms wordt gebruikt, en
4º. technische voorziening voor de zuivering van rookgassen door verbranding die niet als autonome stookinstallatie wordt geëxploiteerd;
1º. verbrandingsinstallatie waarvan de daarin ontstane verbrandingsproducten rechtstreeks in een productieproces worden gebruikt;
2º. zuigermotor;
3º. gasturbine die op offshoreplatforms wordt gebruikt, en
4º. technische voorziening voor de zuivering van rookgassen door verbranding die niet als autonome stookinstallatie wordt geëxploiteerd;
g. emissiegrenswaarde: maximale toegestane hoeveelheid emissie in de lucht gedurende een of meer perioden, uitgedrukt in gewichtseenheid per volume-eenheid;
h. nominale capaciteit: gezamenlijke verbrandingscapaciteit van de ovens waaruit de verbrandingsinstallatie bestaat, met in achtneming van de verbrandingswaarde van de afvalstoffen, uitgedrukt in de hoeveelheid afvalstoffen die per uur kan worden verbrand;
i. dioxinen en furanen: stoffen als bedoeld in onderdeel 2.15 van de bijlage bij dit besluit;
j. residuen: afvalstoffen die worden geproduceerd door de verbrandingsinstallatie;
k. energetisch rendement: elektrisch rendement vermeerderd met het equivalente warmterendement, uitgedrukt in elektriciteitsequivalenten, waarbij het equivalente warmterendement 0,67 maal het warmterendement is;
l. biomassa: producten bestaande uit plantaardige materialen afkomstig uit de land- of bosbouw, die kunnen worden gebruikt om de daarin aanwezige energie-inhoud terug te winnen, alsmede afvalstoffen als bedoeld in artikel 2, onder a, onderdelen 1° tot en met 5°;
m. afvalstoffenlijst: bijlage bij beschikking nr. 2000/532/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 mei 2000 houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PbEG L 226/3);
n. afvalverbrandingsrichtlijn: richtlijn nr. 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PbEG L 332);
o. accreditatie-instantie: nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU L 218).
o. afgewerkte olie: afgewerkte olie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit inzamelen afvalstoffen.
2. In dit besluit wordt onder thermische behandeling mede verstaan pyrolyse, vergassing en plasmaprocessen.
a. afvalverbrandingsinstallatie: technische eenheid waarin al dan niet de opgewekte warmte wordt teruggewonnen en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor: 1º. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen;
2º. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
3º. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
1º. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen;
2º. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
3º. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
b. meeverbrandingsinstallatie: technische eenheid die in hoofdzaak is bestemd voor de opwekking van energie of de vervaardiging van producten en waarin afvalstoffen of de producten van thermische behandeling als brandstof worden gebruikt of afvalstoffen thermisch worden behandeld ten behoeve van verwijdering;
c. verbrandingsinstallatie: afvalverbrandingsinstallatie of meeverbrandingsinstallatie;
d. gemiddelde netto calorische waarde: op de onderste verbrandingswaarde betrokken hoeveelheid energie die bij de verbranding van een bepaalde hoeveelheid brandstof vrijkomt;
e. vergunning: omgevingsvergunning voor een inrichting;
f. stookinstallatie: technische eenheid waarin brandstof wordt geoxideerd met als doel de aldus opgewekte warmte te gebruiken, niet zijnde een: 1º. verbrandingsinstallatie waarvan de daarin ontstane verbrandingsproducten rechtstreeks in een productieproces worden gebruikt;
2º. zuigermotor;
3º. gasturbine die op offshoreplatforms wordt gebruikt, en
4º. technische voorziening voor de zuivering van rookgassen door verbranding die niet als autonome stookinstallatie wordt geëxploiteerd;
1º. verbrandingsinstallatie waarvan de daarin ontstane verbrandingsproducten rechtstreeks in een productieproces worden gebruikt;
2º. zuigermotor;
3º. gasturbine die op offshoreplatforms wordt gebruikt, en
4º. technische voorziening voor de zuivering van rookgassen door verbranding die niet als autonome stookinstallatie wordt geëxploiteerd;
g. emissiegrenswaarde: maximale toegestane hoeveelheid emissie in de lucht gedurende een of meer perioden, uitgedrukt in gewichtseenheid per volume-eenheid;
h. nominale capaciteit: gezamenlijke verbrandingscapaciteit van de ovens waaruit de verbrandingsinstallatie bestaat, met in achtneming van de verbrandingswaarde van de afvalstoffen, uitgedrukt in de hoeveelheid afvalstoffen die per uur kan worden verbrand;
i. dioxinen en furanen: stoffen als bedoeld in onderdeel 2.15 van de bijlage bij dit besluit;
j. residuen: afvalstoffen die worden geproduceerd door de verbrandingsinstallatie;
k. energetisch rendement: elektrisch rendement vermeerderd met het equivalente warmterendement, uitgedrukt in elektriciteitsequivalenten, waarbij het equivalente warmterendement 0,67 maal het warmterendement is;
l. biomassa: producten bestaande uit plantaardige materialen afkomstig uit de land- of bosbouw, die kunnen worden gebruikt om de daarin aanwezige energie-inhoud terug te winnen, alsmede afvalstoffen als bedoeld in artikel 2, onder a, onderdelen 1° tot en met 5°;
m. afvalstoffenlijst: bijlage bij beschikking nr. 2000/532/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 mei 2000 houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PbEG L 226/3);
n. afvalverbrandingsrichtlijn: richtlijn nr. 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PbEG L 332);
o. accreditatie-instantie: nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU L 218).
o. afgewerkte olie: afgewerkte olie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit inzamelen afvalstoffen.
2. In dit besluit wordt onder thermische behandeling mede verstaan pyrolyse, vergassing en plasmaprocessen.