BWBR0016440
Geldig vanaf 2004-03-01
Artikel 4
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2004
Onverminderd artikel 5hebben het mandaat, de volmacht en de machtiging van de secretaris-generaal, genoemd in artikel 3, in ieder geval betrekking op:
a. aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van meer dan één dienst;
b. het rechtstreeks leiding geven aan de diensthoofden en overige rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen;
c. aangelegenheden met betrekking tot de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren personeelsbeleid, waaronder begrepen: 1°. het voeren van overleg met de centrales van overheidspersoneel;
2°. het voeren van overleg met de ondernemingsraad;
1°. het voeren van overleg met de centrales van overheidspersoneel;
2°. het voeren van overleg met de ondernemingsraad;
d. beslissingen over aanstelling, schorsing en ontslag van individuele functionarissen in schaal 15 en hoger, met dien verstande dat vooraf overleg met de minister plaatsvindt en de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van de Algemene Bestuursdienst in acht wordt genomen;
e. het volledig ter beschikking stellen van individuele functionarissen en secretariële voorzieningen ten behoeve van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de kabinets(in)formatie;
f. het budgethouderschap als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001;
g. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren financiële beleid, waaronder begrepen: 1°. het vaststellen van tarieven en kostprijzen, alsmede afwijkingen daarvan;
2°. aangelegenheden waarbij wordt afgeweken van goedgekeurde prestatieplannen;
1°. het vaststellen van tarieven en kostprijzen, alsmede afwijkingen daarvan;
2°. aangelegenheden waarbij wordt afgeweken van goedgekeurde prestatieplannen;
h. aangelegenheden betreffende de uitvoering van de door de minister vastgestelde topstructuur van het ministerie, waaronder begrepen de daarbij behorende formatie;
i. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren beleid inzake informatie, waaronder begrepen de beveiliging van de informatievoorziening;
j. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het beleid inzake huisvesting van het ministerie, waaronder begrepen: 1°. het beleid inzake verwerving, afstoting, exploitatie en onderhoud van gebouwen van het ministerie;
2°. het beleid inzake post- en archiefzaken;
3°. het beleid inzake vervoer en beveiliging van personen en gebouwen;
1°. het beleid inzake verwerving, afstoting, exploitatie en onderhoud van gebouwen van het ministerie;
2°. het beleid inzake post- en archiefzaken;
3°. het beleid inzake vervoer en beveiliging van personen en gebouwen;
k. aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, waaronder begrepen het beslissen op bezwaarschriften;
l. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het beleid binnen het ministerie op het terrein van wetgeving en juridische zaken;
m. het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten van of namens de minister met betrekking tot een personele aangelegenheid;
n. het behandelen van beroepschriften en vertegenwoordigen van de minister namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het ministerie is betrokken;
o. het behandelen van klachten ingevolge een wettelijke regeling met betrekking tot het klachtrecht.
a. aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van meer dan één dienst;
b. het rechtstreeks leiding geven aan de diensthoofden en overige rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende functionarissen;
c. aangelegenheden met betrekking tot de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren personeelsbeleid, waaronder begrepen: 1°. het voeren van overleg met de centrales van overheidspersoneel;
2°. het voeren van overleg met de ondernemingsraad;
1°. het voeren van overleg met de centrales van overheidspersoneel;
2°. het voeren van overleg met de ondernemingsraad;
d. beslissingen over aanstelling, schorsing en ontslag van individuele functionarissen in schaal 15 en hoger, met dien verstande dat vooraf overleg met de minister plaatsvindt en de geldende wet- en regelgeving ten aanzien van de Algemene Bestuursdienst in acht wordt genomen;
e. het volledig ter beschikking stellen van individuele functionarissen en secretariële voorzieningen ten behoeve van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en de kabinets(in)formatie;
f. het budgethouderschap als bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001;
g. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren financiële beleid, waaronder begrepen: 1°. het vaststellen van tarieven en kostprijzen, alsmede afwijkingen daarvan;
2°. aangelegenheden waarbij wordt afgeweken van goedgekeurde prestatieplannen;
1°. het vaststellen van tarieven en kostprijzen, alsmede afwijkingen daarvan;
2°. aangelegenheden waarbij wordt afgeweken van goedgekeurde prestatieplannen;
h. aangelegenheden betreffende de uitvoering van de door de minister vastgestelde topstructuur van het ministerie, waaronder begrepen de daarbij behorende formatie;
i. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het binnen het ministerie te voeren beleid inzake informatie, waaronder begrepen de beveiliging van de informatievoorziening;
j. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het beleid inzake huisvesting van het ministerie, waaronder begrepen: 1°. het beleid inzake verwerving, afstoting, exploitatie en onderhoud van gebouwen van het ministerie;
2°. het beleid inzake post- en archiefzaken;
3°. het beleid inzake vervoer en beveiliging van personen en gebouwen;
1°. het beleid inzake verwerving, afstoting, exploitatie en onderhoud van gebouwen van het ministerie;
2°. het beleid inzake post- en archiefzaken;
3°. het beleid inzake vervoer en beveiliging van personen en gebouwen;
k. aangelegenheden op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur, waaronder begrepen het beslissen op bezwaarschriften;
l. aangelegenheden betreffende de hoofdlijnen van het beleid binnen het ministerie op het terrein van wetgeving en juridische zaken;
m. het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten van of namens de minister met betrekking tot een personele aangelegenheid;
n. het behandelen van beroepschriften en vertegenwoordigen van de minister namens de Staat in gerechtelijke procedures waarbij het ministerie is betrokken;
o. het behandelen van klachten ingevolge een wettelijke regeling met betrekking tot het klachtrecht.