BWBR0016440
Geldig vanaf 2004-03-01
Artikel 10
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Algemene Zaken 2004
1. Onverminderd artikel 5wordt aan een diensthoofd de bevoegdheid verleend tot verlening van ondermandaat en het doorverlenen van volmacht en machtiging aan:
a. het plaatsvervangend diensthoofd;
b. het hoofd van een rechtstreeks onder hem ressorterend dienstonderdeel;
c. een andere onder hem ressorterende functionaris.
2. Bij toepassing van het eerste lid is het diensthoofd bevoegd per geval of in het algemeen nadere instructies te geven ter zake van de uitoefening van het verleende ondermandaat en de doorverleende volmacht en machtiging.
a. het plaatsvervangend diensthoofd;
b. het hoofd van een rechtstreeks onder hem ressorterend dienstonderdeel;
c. een andere onder hem ressorterende functionaris.
2. Bij toepassing van het eerste lid is het diensthoofd bevoegd per geval of in het algemeen nadere instructies te geven ter zake van de uitoefening van het verleende ondermandaat en de doorverleende volmacht en machtiging.