BWBR0016428
Geldig vanaf 2004-03-05
Artikel 9
Organisatie- en mandaatregeling OCW 2004
1. Aan de secretaris-generaal is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken:
a. betreffende voorstellen omtrent benoeming, schorsing, ontslag en disciplinaire maatregelen voor schaal 15 en hoger,
b. betreffende koninklijke onderscheidingen,
c. betreffende beleidsvoorstellen met gevolgen voor het apparaat (personeel, organisatie, huisvesting, informatisering en automatisering),
d. betreffende voorstellen voor delegaties bij buitenlandse dienstreizen,
e. betreffende het instellen van bezwaar en beroep tegen besluiten van andere bestuursorganen,
f. gericht aan de Nationale ombudsman, en
g. houdende een afwijzing van een verzoek om informatie ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur,
voorzover deze aangelegenheden naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de minister onderscheidenlijk staatssecretaris.
2. Aan de secretaris-generaal is voorbehouden het doen van voorstellen aan de minister met betrekking tot verschuiven van delen van budgetten tussen directeuren-generaal.
3. De secretaris-generaal stelt een regeling op omtrent de vervanging bij afwezigheid van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of een directeur-generaal. De directeur Bestuursondersteuning en Advies draagt zorg voor bekendmaking van de regeling op het intranet.
a. betreffende voorstellen omtrent benoeming, schorsing, ontslag en disciplinaire maatregelen voor schaal 15 en hoger,
b. betreffende koninklijke onderscheidingen,
c. betreffende beleidsvoorstellen met gevolgen voor het apparaat (personeel, organisatie, huisvesting, informatisering en automatisering),
d. betreffende voorstellen voor delegaties bij buitenlandse dienstreizen,
e. betreffende het instellen van bezwaar en beroep tegen besluiten van andere bestuursorganen,
f. gericht aan de Nationale ombudsman, en
g. houdende een afwijzing van een verzoek om informatie ingevolge de Wet openbaarheid van bestuur,
voorzover deze aangelegenheden naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat zij behoren te worden afgedaan door de minister onderscheidenlijk staatssecretaris.
2. Aan de secretaris-generaal is voorbehouden het doen van voorstellen aan de minister met betrekking tot verschuiven van delen van budgetten tussen directeuren-generaal.
3. De secretaris-generaal stelt een regeling op omtrent de vervanging bij afwezigheid van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of een directeur-generaal. De directeur Bestuursondersteuning en Advies draagt zorg voor bekendmaking van de regeling op het intranet.