BWBR0016395
Geldig vanaf 2004-03-20
Artikel 2
Regeling toelating tot praktijkonderwijs van LWOO-leerlingen en leerlingen met een indicatie voor (voortgezet) speciaal onderwijs in bijzondere gevallen
1. In afwijking van artikel 10g, derde lid, van de WVOen artikel 4, eerste en derde lid, van het RVC-besluitkan ook een aanvraag tot indicatiestelling voor praktijkonderwijs worden ingediend voor een leerling voor wie naar het oordeel van het bevoegd gezag het zorg- en onderwijsaanbod van het praktijkonderwijs het beste aansluit bij de behoeften van de leerling en die:
a. het vmbo bezoekt met een positieve beschikking voor leerwegondersteunend onderwijs met: scores op de criteria in het grensvlak van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag een toegenomen problematiek nadat een positieve beschikking leerwegondersteunend onderwijs is afgegeven, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag een stapeling van andersoortige problematiek dan beoordeeld wordt bij de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs, ofwel
scores op de criteria in het grensvlak van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag een toegenomen problematiek nadat een positieve beschikking leerwegondersteunend onderwijs is afgegeven, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag een stapeling van andersoortige problematiek dan beoordeeld wordt bij de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs, ofwel
b. beschikt over een positieve indicatie van de CvI voor toelating tot het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs dan wel leerlinggebonden financiering en die: voldoet aan het leerachterstandscriterium of het IQ-criterium voor toelating tot het praktijkonderwijs blijkens gegevens die gebaseerd zijn op testen screeningsinstrumenten als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het RVC-besluit, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag, ongeacht het IQ en de leerachterstand, zoals vermeld in artikel 4, derde lid, van het RVC-besluit, een zodanige problematiek heeft dat indicatiestelling voor praktijkonderwijs geboden is.
voldoet aan het leerachterstandscriterium of het IQ-criterium voor toelating tot het praktijkonderwijs blijkens gegevens die gebaseerd zijn op testen screeningsinstrumenten als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het RVC-besluit, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag, ongeacht het IQ en de leerachterstand, zoals vermeld in artikel 4, derde lid, van het RVC-besluit, een zodanige problematiek heeft dat indicatiestelling voor praktijkonderwijs geboden is.
a. het vmbo bezoekt met een positieve beschikking voor leerwegondersteunend onderwijs met: scores op de criteria in het grensvlak van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag een toegenomen problematiek nadat een positieve beschikking leerwegondersteunend onderwijs is afgegeven, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag een stapeling van andersoortige problematiek dan beoordeeld wordt bij de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs, ofwel
scores op de criteria in het grensvlak van het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag een toegenomen problematiek nadat een positieve beschikking leerwegondersteunend onderwijs is afgegeven, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag een stapeling van andersoortige problematiek dan beoordeeld wordt bij de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs, ofwel
b. beschikt over een positieve indicatie van de CvI voor toelating tot het speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs dan wel leerlinggebonden financiering en die: voldoet aan het leerachterstandscriterium of het IQ-criterium voor toelating tot het praktijkonderwijs blijkens gegevens die gebaseerd zijn op testen screeningsinstrumenten als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het RVC-besluit, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag, ongeacht het IQ en de leerachterstand, zoals vermeld in artikel 4, derde lid, van het RVC-besluit, een zodanige problematiek heeft dat indicatiestelling voor praktijkonderwijs geboden is.
voldoet aan het leerachterstandscriterium of het IQ-criterium voor toelating tot het praktijkonderwijs blijkens gegevens die gebaseerd zijn op testen screeningsinstrumenten als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het RVC-besluit, of
naar het oordeel van het bevoegd gezag, ongeacht het IQ en de leerachterstand, zoals vermeld in artikel 4, derde lid, van het RVC-besluit, een zodanige problematiek heeft dat indicatiestelling voor praktijkonderwijs geboden is.