BWBR0016372
Geldig vanaf 2011-04-19
Artikel 4.2
Regeling vissersvaartuigen
1. De vislierinstallatie kan in beide richtingen worden aangedreven. De aandrijving van de vislierinstallatie, alsmede de remmen en de koppelingen van de trommels zijn vanuit het stuurhuis bedienbaar.
2. In het stuurhuis is nabij de bedieningsplaats van de vislier een afzonderlijke voorziening aangebracht waarmee, na gebruik van de noodstopvoorziening, bedoeld in artikel 4.1, de remmen van de liertrommels kunnen worden gelicht teneinde een onder spanning staande visdraad vrij te laten vieren. Deze voorziening is zodanig uitgevoerd dat deze bij het loslaten automatisch in de ruststand terugkeert.
2. In het stuurhuis is nabij de bedieningsplaats van de vislier een afzonderlijke voorziening aangebracht waarmee, na gebruik van de noodstopvoorziening, bedoeld in artikel 4.1, de remmen van de liertrommels kunnen worden gelicht teneinde een onder spanning staande visdraad vrij te laten vieren. Deze voorziening is zodanig uitgevoerd dat deze bij het loslaten automatisch in de ruststand terugkeert.