BWBR0016362
Geldig vanaf 2004-02-21
Artikel 2.1.3
Subsidieregeling milieugerichte technologie
1. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een toepassingsproject betreft;
b. het een fundamenteel onderzoeksproject, industrieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 10.000,–, of
c. het een industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject of demonstratieproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 25.000,–;
d. het een fundamenteel onderzoeksproject of een industrieel onderzoeksproject betreft dat gericht is op de reductie van lachgasemissie in de landbouwsector;
e. het een project betreft dat gericht is op de reductie van de emissie van overige broeikasgassen bij de productie van salpeterzuur;
f. het een project betreft, anders dan genoemd in artikel 1.7, aanhef en onder a en b, dat gericht is op de reductie van de emissie van overige broeikasgassen waarvoor regels zijn gesteld in verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen (PbEU L 161).
2. Het eerste lid, onderdeel b, geldt niet voor een preconcurrentieel haalbaarheidsproject waarvan de subsidiabele kosten ten hoogste € 10.000,– zijn en dat betrekking heeft op de toepassing van:
a. een koel- of vriesinstallatie met een natuurlijk koudemiddel in een supermarkt, een vrieshuis of een visserijschip, en
b. maatregelen ter vermindering van de emissie van CH 4 door een stortplaats in aanvulling op de best beschikbare technieken.
a. het een toepassingsproject betreft;
b. het een fundamenteel onderzoeksproject, industrieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 10.000,–, of
c. het een industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject of demonstratieproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 25.000,–;
d. het een fundamenteel onderzoeksproject of een industrieel onderzoeksproject betreft dat gericht is op de reductie van lachgasemissie in de landbouwsector;
e. het een project betreft dat gericht is op de reductie van de emissie van overige broeikasgassen bij de productie van salpeterzuur;
f. het een project betreft, anders dan genoemd in artikel 1.7, aanhef en onder a en b, dat gericht is op de reductie van de emissie van overige broeikasgassen waarvoor regels zijn gesteld in verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen (PbEU L 161).
2. Het eerste lid, onderdeel b, geldt niet voor een preconcurrentieel haalbaarheidsproject waarvan de subsidiabele kosten ten hoogste € 10.000,– zijn en dat betrekking heeft op de toepassing van:
a. een koel- of vriesinstallatie met een natuurlijk koudemiddel in een supermarkt, een vrieshuis of een visserijschip, en
b. maatregelen ter vermindering van de emissie van CH 4 door een stortplaats in aanvulling op de best beschikbare technieken.