BWBR0016301
Geldig vanaf 2004-01-28
Artikel 13
Regeling luchtvaartvertoningen
De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat:
a. de publiekgebieden worden beperkt tot het aantal zijden van het vertoningterrein zoals in de vergunning is opgenomen en dat deze niet worden gelokaliseerd onder de in- en uitvliegsector van het vertoningterrein. In het geval van tweezijdig publiek is de positie van het vertoninggebied ten opzichte van de vertoninglijn zodanig dat de vertoninglijn de lange zijde van het vertoninggebied halveert;
b. voorafgaand en tijdens de vertoningvluchten doeltreffende afzettingen worden geplaatst om te voorkomen dat het publiek toegang krijgt tot het vertoningterrein;
c. uitsluitend de daartoe bevoegde personen worden toegelaten tot het vertoningterrein en de gebieden die zijn aangewezen voor het tanken en vullen van demonstratietoestellen;
d. toeschouwers alleen worden toegelaten tot het publiekgebied;
e. demonstratietoestellen en andere apparatuur, wanneer deze worden bijgetankt, ten minste 15 meter van het publiek verwijderd zijn. Indien ballonnen, luchtschepen of balloncilinders worden gevuld met waterstofgas, wordt deze afstand verhoogd tot ten minste 40 meter;
f. de vertoninglijn herkenbaar is vanuit de lucht.
a. de publiekgebieden worden beperkt tot het aantal zijden van het vertoningterrein zoals in de vergunning is opgenomen en dat deze niet worden gelokaliseerd onder de in- en uitvliegsector van het vertoningterrein. In het geval van tweezijdig publiek is de positie van het vertoninggebied ten opzichte van de vertoninglijn zodanig dat de vertoninglijn de lange zijde van het vertoninggebied halveert;
b. voorafgaand en tijdens de vertoningvluchten doeltreffende afzettingen worden geplaatst om te voorkomen dat het publiek toegang krijgt tot het vertoningterrein;
c. uitsluitend de daartoe bevoegde personen worden toegelaten tot het vertoningterrein en de gebieden die zijn aangewezen voor het tanken en vullen van demonstratietoestellen;
d. toeschouwers alleen worden toegelaten tot het publiekgebied;
e. demonstratietoestellen en andere apparatuur, wanneer deze worden bijgetankt, ten minste 15 meter van het publiek verwijderd zijn. Indien ballonnen, luchtschepen of balloncilinders worden gevuld met waterstofgas, wordt deze afstand verhoogd tot ten minste 40 meter;
f. de vertoninglijn herkenbaar is vanuit de lucht.