BWBR0016264
Geldig vanaf 2004-01-23
Artikel 11
Beleidsregel opschorting en inhouding van bekostiging bij onderwijsinstellingen
1. De minister vordert een specifieke uitkering als bedoeld in de wet, terug voorzover die niet is besteed in overeenstemming met de wettelijke voorschriften daaromtrent.
2. Voordat de minister besluit tot terugvordering van de specifieke uitkering, stelt hij de ontvanger van de specifieke uitkering schriftelijk in kennis van zijn voornemen daartoe. In dit voornemen geeft hij de ontvanger van de specifieke uitkering een reactietermijn van vier weken om schriftelijk of mondeling een zienswijze op zijn voornemen te geven. De minister vermeldt daarbij de gronden waarop het voornemen berust en het voorschrift waarmee in strijd is gehandeld of nagelaten.
3. De minister kan de reactietermijn van vier weken op verzoek van de ontvanger van de specifieke uitkering eenmaal met een termijn van twee weken verlengen.
2. Voordat de minister besluit tot terugvordering van de specifieke uitkering, stelt hij de ontvanger van de specifieke uitkering schriftelijk in kennis van zijn voornemen daartoe. In dit voornemen geeft hij de ontvanger van de specifieke uitkering een reactietermijn van vier weken om schriftelijk of mondeling een zienswijze op zijn voornemen te geven. De minister vermeldt daarbij de gronden waarop het voornemen berust en het voorschrift waarmee in strijd is gehandeld of nagelaten.
3. De minister kan de reactietermijn van vier weken op verzoek van de ontvanger van de specifieke uitkering eenmaal met een termijn van twee weken verlengen.