BWBR0016199
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 15
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2004
1. De afdoening van alle stukken, waarvan de bewindspersonen aangeven dat zij deze zelf wensen af te doen, geschiedt door een bewindspersoon.
2. Tenzij de bewindspersonen anders te kennen geven worden brieven ter beantwoording van persoonlijke brieven, gericht aan (een van) de bewindspersonen, ondertekend door een bewindspersoon.
3. De vertegenwoordigingsbevoegde is gehouden in de ondertekening van stukken die op basis van mandaat, volmacht of machtiging worden ondertekend, zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de volgende formule:
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
functie betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
handtekening van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
naam van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde.
4. Stukken kunnen met goedvinden van een bewindspersoon overeenkomstig de door hen geparafeerde minute worden ondertekend door de secretaris-generaal dan wel door een door de bewindspersoon aan te wijzen andere functionaris. Daartoe wordt de volgende formule opgenomen:
Overeenkomstig het door de Minister genomen besluit,
functie betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
handtekening van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
naam van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde.
5. In afwijking van het bepaalde in het derde en vierde lid, wordt in de ondertekening van stukken die betrekking hebben op een aangelegenheid die volgens de geldende taakverdeling tussen de bewindspersonen behoort tot het takenpakket van een staatssecretaris, in plaats van ‘Minister’ vermeld: Staatssecretaris. Indien het ministerie meer dan een staatssecretaris heeft, wordt daaraan de naam van de betreffende staatssecretaris toegevoegd.
2. Tenzij de bewindspersonen anders te kennen geven worden brieven ter beantwoording van persoonlijke brieven, gericht aan (een van) de bewindspersonen, ondertekend door een bewindspersoon.
3. De vertegenwoordigingsbevoegde is gehouden in de ondertekening van stukken die op basis van mandaat, volmacht of machtiging worden ondertekend, zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de volgende formule:
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
functie betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
handtekening van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
naam van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde.
4. Stukken kunnen met goedvinden van een bewindspersoon overeenkomstig de door hen geparafeerde minute worden ondertekend door de secretaris-generaal dan wel door een door de bewindspersoon aan te wijzen andere functionaris. Daartoe wordt de volgende formule opgenomen:
Overeenkomstig het door de Minister genomen besluit,
functie betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
handtekening van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde,
naam van de betrokken vertegenwoordigingsbevoegde.
5. In afwijking van het bepaalde in het derde en vierde lid, wordt in de ondertekening van stukken die betrekking hebben op een aangelegenheid die volgens de geldende taakverdeling tussen de bewindspersonen behoort tot het takenpakket van een staatssecretaris, in plaats van ‘Minister’ vermeld: Staatssecretaris. Indien het ministerie meer dan een staatssecretaris heeft, wordt daaraan de naam van de betreffende staatssecretaris toegevoegd.