BWBR0016189
Geldig vanaf 2012-07-01
Artikel 3
Wet toezicht trustkantoren
1. De aanvrager van een vergunning verstrekt de volgende gegevens:
a. de identiteit en de antecedenten van de bestuurders en commissarissen van het trustkantoor;
b. de identiteit en de antecedenten van degenen die het beleid van het trustkantoor bepalen of mede bepalen;
c. de identiteit en de antecedenten van degenen die een gekwalificeerde deelneming houden in het trustkantoor, alsmede de omvang van de desbetreffende gekwalificeerde deelneming;
d. de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur van de groep waartoe het trustkantoor behoort;
e. de naam, het adres en de statutaire zetel van het trustkantoor en, indien van toepassing, de naam en het adres van zijn bijkantoren;
f. de voorziene bedrijfsvoering, waaronder begrepen de maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering, en de voorziene administratieve organisatie en interne controle van het trustkantoor;
g. overige gegevens en bescheiden die de toezichthouder nodig acht in het belang van de beoordeling van de aanvraag.
2. Indien de antecedenten van de personen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, reeds zijn beoordeeld voor de toepassing van de <a href="/wet/BWBR0020368" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op het financieel toezicht</a>, bevat de aanvraag, in aanvulling op de in het eerste lid bedoelde gegevens, de datum van deze beoordeling.
3. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.
4. De toezichthouder beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
a. de identiteit en de antecedenten van de bestuurders en commissarissen van het trustkantoor;
b. de identiteit en de antecedenten van degenen die het beleid van het trustkantoor bepalen of mede bepalen;
c. de identiteit en de antecedenten van degenen die een gekwalificeerde deelneming houden in het trustkantoor, alsmede de omvang van de desbetreffende gekwalificeerde deelneming;
d. de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur van de groep waartoe het trustkantoor behoort;
e. de naam, het adres en de statutaire zetel van het trustkantoor en, indien van toepassing, de naam en het adres van zijn bijkantoren;
f. de voorziene bedrijfsvoering, waaronder begrepen de maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering, en de voorziene administratieve organisatie en interne controle van het trustkantoor;
g. overige gegevens en bescheiden die de toezichthouder nodig acht in het belang van de beoordeling van de aanvraag.
2. Indien de antecedenten van de personen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, reeds zijn beoordeeld voor de toepassing van de <a href="/wet/BWBR0020368" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op het financieel toezicht</a>, bevat de aanvraag, in aanvulling op de in het eerste lid bedoelde gegevens, de datum van deze beoordeling.
3. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld.
4. De toezichthouder beslist binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.