BWBR0016189
Geldig vanaf 2012-07-01
Artikel 24
Wet toezicht trustkantoren
1. De toezichthouder kan een ieder die werkzaam is als trustkantoor zonder daartoe bevoegd te zijn op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, een aanwijzing geven die is gericht op het beëindigen van de desbetreffende werkzaamheden.
2. De aanwijzing vermeldt:
a. de werkzaamheden die in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn verleend;
b. indien van toepassing, een aanduiding van de plaats en het tijdstip waarop of de periode waarin in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehandeld;
c. de wijze waarop de dienstverlening dient te worden afgebouwd en beëindigd;
d. de termijn waarin het handelen in strijd met het bedoelde verbod moet zijn beëindigd.
3. Voordat de toezichthouder een aanwijzing geeft, stelt hij de betrokkene in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.
2. De aanwijzing vermeldt:
a. de werkzaamheden die in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn verleend;
b. indien van toepassing, een aanduiding van de plaats en het tijdstip waarop of de periode waarin in strijd met het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehandeld;
c. de wijze waarop de dienstverlening dient te worden afgebouwd en beëindigd;
d. de termijn waarin het handelen in strijd met het bedoelde verbod moet zijn beëindigd.
3. Voordat de toezichthouder een aanwijzing geeft, stelt hij de betrokkene in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen.