BWBR0016143
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 7
Examenreglement duikploegleider 2004
1. Overeenkomstig artikel 9, vijfde lid, van het Algemeen brandweerexamenreglement 1994wordt het diploma duikploegleider afgegeven, indien de kandidaat in het bezit is van geldige certificaten of vrijstellingen van de modulen, bedoeld in artikel 2.
2. Overeenkomstig het gestelde in artikel 6.3, derde lid van de Arbeidsomstandighedenregelingis het diploma duikploegleider geldig gedurende twee jaar na afgifte.
3. Verlenging van de geldigheid voor de duur van twee jaar van het diploma wordt verleend op basis van een verklaring van de korpsleiding waar betrokkene werkzaam is, waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over voldoende relevante en actuele kennis en beroepservaring.
4. Uit de verklaring als bedoeld in het derde lid blijkt dat betrokkene ten minste voldoet aan de eisen, genoemd in Deel D van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.
5. Voor kandidaten die in 2004 het tijdelijke diploma duikploegleider hebben behaald, geldt een afwijking van de eisen op grond van het vierde lid. Deze afwijking houdt in dat zij ten minste aan 10 duiken leiding hebben gegeven.
2. Overeenkomstig het gestelde in artikel 6.3, derde lid van de Arbeidsomstandighedenregelingis het diploma duikploegleider geldig gedurende twee jaar na afgifte.
3. Verlenging van de geldigheid voor de duur van twee jaar van het diploma wordt verleend op basis van een verklaring van de korpsleiding waar betrokkene werkzaam is, waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over voldoende relevante en actuele kennis en beroepservaring.
4. Uit de verklaring als bedoeld in het derde lid blijkt dat betrokkene ten minste voldoet aan de eisen, genoemd in Deel D van de bij deze ministeriële regeling behorende bijlage.
5. Voor kandidaten die in 2004 het tijdelijke diploma duikploegleider hebben behaald, geldt een afwijking van de eisen op grond van het vierde lid. Deze afwijking houdt in dat zij ten minste aan 10 duiken leiding hebben gegeven.