BWBR0006512
Geldig vanaf 1994-04-01
Artikel 9
Algemeen brandweerexamenreglement 1994
1. De kandidaat ontvangt van het bestuur een certificaat voor het module-examen dat hij met ten minste het cijfer zes heeft afgesloten.
2. Een certificaat en diploma hebben een onbeperkte geldigheidsduur, tenzij in het examenreglement anders is bepaald.
3. De kandidaat heeft voldaan aan de eisen, die voor het examen worden gesteld, indien:
a. hij in het bezit is van certificaten als bedoeld in het eerste lid, dan wel vrijstellingen, bedoeld in artikel 7, van de verplichte modulen en, indien van toepassing, één of meer keuze-modulen voor het desbetreffende examen,
b. de certificaten en vrijstellingen, bedoeld in onderdeel a, ten minste het aantal studiepunten vertegenwoordigen, omschreven in het reglement voor de desbetreffende opleiding, en
c. hij voldoet aan de overige eisen die in het examenreglement voor de desbetreffende opleiding worden gesteld.
4. De kandidaat die heeft voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, voor de opleiding brandwacht ontvangt op advies van het bestuur een diploma van de minister.
5. Buiten het geval, bedoeld in het vierde lid, ontvangt de kandidaat die heeft voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, op advies van het bestuur een diploma van de minister, indien hij in het bezit is van:
a. het diploma van de voorafgaande opleiding,
b. een daaraan gelijkwaardig diploma, of
c. een samenstelling van certificaten of vrijstellingen als bedoeld in de examenreglementen voor de opleidingen.
6. De minister bepaalt welke diploma's gelijkwaardig zijn aan de diploma's, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a.
2. Een certificaat en diploma hebben een onbeperkte geldigheidsduur, tenzij in het examenreglement anders is bepaald.
3. De kandidaat heeft voldaan aan de eisen, die voor het examen worden gesteld, indien:
a. hij in het bezit is van certificaten als bedoeld in het eerste lid, dan wel vrijstellingen, bedoeld in artikel 7, van de verplichte modulen en, indien van toepassing, één of meer keuze-modulen voor het desbetreffende examen,
b. de certificaten en vrijstellingen, bedoeld in onderdeel a, ten minste het aantal studiepunten vertegenwoordigen, omschreven in het reglement voor de desbetreffende opleiding, en
c. hij voldoet aan de overige eisen die in het examenreglement voor de desbetreffende opleiding worden gesteld.
4. De kandidaat die heeft voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, voor de opleiding brandwacht ontvangt op advies van het bestuur een diploma van de minister.
5. Buiten het geval, bedoeld in het vierde lid, ontvangt de kandidaat die heeft voldaan aan de eisen, bedoeld in het derde lid, op advies van het bestuur een diploma van de minister, indien hij in het bezit is van:
a. het diploma van de voorafgaande opleiding,
b. een daaraan gelijkwaardig diploma, of
c. een samenstelling van certificaten of vrijstellingen als bedoeld in de examenreglementen voor de opleidingen.
6. De minister bepaalt welke diploma's gelijkwaardig zijn aan de diploma's, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a.