BWBR0016104
Geldig vanaf 2003-12-24
Artikel 6
Vergoedingsregeling voor uittreding van vissers uit de visserij 2003
1. De aanvraag tot subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2wordt ingediend bij de Dienst Regelingen op een daartoe bestemd formulier.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een kopie van de arbeids- of maatschapsovereenkomst, waaruit in elk geval blijkt de naam van de werkgever onderscheidenlijk de maat-eigenaar en het letterteken en nummer van het vissersvaartuig waarop de aanvrager werkzaam is;
b. een kopie van het paspoort of het identiteitsbewijs van de aanvrager;
c. bescheiden waaruit blijkt dat de aanvrager heeft voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 3, onderdelen d, e en f.
3. De minister beslist op de aanvraag en geeft binnen acht weken na ontvangst van alle ingevolge het vorig lid vereiste gegevens een beschikking tot subsidieverlening.
4. De ontvanger van de subsidie, bedoeld in artikel 2, toont binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening ten genoegen van de minister aan dat hij zijn werkzaamheden als visser definitief heeft beëindigd.
5. Binnen acht weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het vierde lid, stelt de minister de subsidie, bedoeld in artikel 2, vast.
2. De aanvraag gaat vergezeld van:
a. een kopie van de arbeids- of maatschapsovereenkomst, waaruit in elk geval blijkt de naam van de werkgever onderscheidenlijk de maat-eigenaar en het letterteken en nummer van het vissersvaartuig waarop de aanvrager werkzaam is;
b. een kopie van het paspoort of het identiteitsbewijs van de aanvrager;
c. bescheiden waaruit blijkt dat de aanvrager heeft voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 3, onderdelen d, e en f.
3. De minister beslist op de aanvraag en geeft binnen acht weken na ontvangst van alle ingevolge het vorig lid vereiste gegevens een beschikking tot subsidieverlening.
4. De ontvanger van de subsidie, bedoeld in artikel 2, toont binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening ten genoegen van de minister aan dat hij zijn werkzaamheden als visser definitief heeft beëindigd.
5. Binnen acht weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het vierde lid, stelt de minister de subsidie, bedoeld in artikel 2, vast.