BWBR0016104
Geldig vanaf 2003-12-24
Artikel 3
Vergoedingsregeling voor uittreding van vissers uit de visserij 2003
Een subsidie als bedoeld in artikel 2wordt slechts verstrekt aan de aanvrager:
a. die zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst beëindigt met het oog op zijn vervroegde uittreding uit de zeevisserij;
b. die op de ontvangstdatum van de volledige aanvraag of binnen drie maanden na die datum, de leeftijd van ten minste 55 jaar heeft bereikt, maar nog niet de leeftijd van 65 jaar;
c. die zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst heeft beëindigd na het bereiken van de 55-jarige leeftijd;
d. die ten minste tien jaar zijn beroepsactiviteit als visser heeft uitgeoefend;
e. die zonder onderbreking ten minste 12 maanden voorafgaand aan de periode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, werkzaam is geweest op een vissersvaartuig dat wordt gebruikt voor de zeevisserij;
f. die met de in onderdeel e bedoelde werkzaamheden in de betrokken periode de helft van zijn in artikel 3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedoelde inkomen uit werk en woning heeft verdiend, en
g. in voorkomend geval: 1°. ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt, of
2°. ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.
1°. ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt, of
2°. ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.
a. die zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst beëindigt met het oog op zijn vervroegde uittreding uit de zeevisserij;
b. die op de ontvangstdatum van de volledige aanvraag of binnen drie maanden na die datum, de leeftijd van ten minste 55 jaar heeft bereikt, maar nog niet de leeftijd van 65 jaar;
c. die zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst heeft beëindigd na het bereiken van de 55-jarige leeftijd;
d. die ten minste tien jaar zijn beroepsactiviteit als visser heeft uitgeoefend;
e. die zonder onderbreking ten minste 12 maanden voorafgaand aan de periode, bedoeld in artikel 4, eerste lid, werkzaam is geweest op een vissersvaartuig dat wordt gebruikt voor de zeevisserij;
f. die met de in onderdeel e bedoelde werkzaamheden in de betrokken periode de helft van zijn in artikel 3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedoelde inkomen uit werk en woning heeft verdiend, en
g. in voorkomend geval: 1°. ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt, of
2°. ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.
1°. ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt, of
2°. ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.