BWBR0016097
Geldig vanaf 2005-06-27
Artikel 3b
Regeling op de consulaire tarieven
Voor het behandelen van een aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming is de vergoeding, genoemd in artikel 1, onderdeel s, onder 2° en 3°, niet verschuldigd indien de belanghebbende:
a. een, ter beoordeling van de Minister van Justitie en Veiligheid, gerechtvaardigd beroep op artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en van de fundamentele vrijheden (Trb. 1951, 154) doet;
b. aantoont dat hij niet over de middelen beschikt om de vergoeding te kunnen voldoen;
c. aantoont dat hij gedurende een redelijke termijn actief heeft getracht om de middelen, bedoeld onder b, te verwerven; en
d. aannemelijk maakt dat hij op korte termijn niet over de middelen, bedoeld onder b, zal komen te beschikken.
a. een, ter beoordeling van de Minister van Justitie en Veiligheid, gerechtvaardigd beroep op artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en van de fundamentele vrijheden (Trb. 1951, 154) doet;
b. aantoont dat hij niet over de middelen beschikt om de vergoeding te kunnen voldoen;
c. aantoont dat hij gedurende een redelijke termijn actief heeft getracht om de middelen, bedoeld onder b, te verwerven; en
d. aannemelijk maakt dat hij op korte termijn niet over de middelen, bedoeld onder b, zal komen te beschikken.