BWBR0016020
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 6
Financieringsregeling Toeslagenfonds en Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten
1. Uiterlijk op 1 juni dient het UWV de afrekening over het afgelopen kalenderjaar bij de Minister in.
2. In de afrekening wordt, op basis van de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet SUWI, de kasstroom inzichtelijk gemaakt, en deze wordt afzonderlijk per wet vermeld voor de toeslagen op grond van de Toeslagenweten de uitkeringen op grond van de Tijdelijke wet BIAen de Wajonginclusief de op grond van enige wet over de toeslagen en uitkeringen door UWV verschuldigde premies, die niet op deze toeslagen en uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op overige posten en de vakantie-uitkeringen, alsmede de uitvoeringskosten op grond van de Toeslagenwet, de Tijdelijke wet BIAen de Wajong.
3. Op grond van de afrekening, bedoeld in het eerste lid, vindt voor 15 juli een betaling plaats ten gunste of ten laste van het Toeslagenfonds onderscheidenlijk het Wajong-fonds.
2. In de afrekening wordt, op basis van de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet SUWI, de kasstroom inzichtelijk gemaakt, en deze wordt afzonderlijk per wet vermeld voor de toeslagen op grond van de Toeslagenweten de uitkeringen op grond van de Tijdelijke wet BIAen de Wajonginclusief de op grond van enige wet over de toeslagen en uitkeringen door UWV verschuldigde premies, die niet op deze toeslagen en uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op overige posten en de vakantie-uitkeringen, alsmede de uitvoeringskosten op grond van de Toeslagenwet, de Tijdelijke wet BIAen de Wajong.
3. Op grond van de afrekening, bedoeld in het eerste lid, vindt voor 15 juli een betaling plaats ten gunste of ten laste van het Toeslagenfonds onderscheidenlijk het Wajong-fonds.