1. Het dagloon dat ten grondslag ligt aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste of derde lid, een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet wordt uitbetaald of, indien artikel 16, 19 of 21 van die wet op hem niet van toepassing was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan de grondslag, berekend volgens de bij en krachtens die wet vastgestelde bepalingen. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op uitkeringen die als gevolg van de toepassing van
artikel XIII, vijfde en zesde lid, of
artikel XXIV, vijfde of zesde lid, van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingenworden aangemerkt als een uitkering op grond van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigenof de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
2. Het dagloon dat ten grondslag ligt aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste of derde lid, een loondervingsuitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringwordt uitbetaald of, indien
artikel 25,
28,
30of
33 van die wetop hem niet van toepassing was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan het dagloon, berekend volgens de bij of krachtens die wet vastgestelde bepalingen.
3. Het dagloon dat ten grondslag ligt aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste of derde lid, een vervolguitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringwordt uitbetaald of, indien
artikel 25,
28,
30of
33 van die wetop hem niet van toepassing was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan het vervolgdagloon, berekend volgens de bij of krachtens die wet vastgestelde bepalingen.
4. Het dagloon dat ten grondslag ligt aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste of derde lid, een loondervingsuitkering op grond van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairenwordt uitbetaald of, indien
artikel 25,
28,
30of
33 van Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringop hem niet van overeenkomstige toepassing was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan het dagloon, berekend volgens de bij of krachtens de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairenvastgestelde bepalingen.
5. Het dagloon dat ten grondslag ligt aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste of derde lid, een vervolguitkering op grond van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairenwordt uitbetaald of, indien
artikel 25,
28,
30of
33 van Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringop hem niet van overeenkomstige toepassing was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan het vervolgdagloon, berekend volgens de bij of krachtens de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairenvastgestelde bepalingen.
6. Het dagloon dat ten grondslag ligt aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, tweede lid, een WAO-conforme uitkering overeenkomstig de loondervingsuitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringwordt uitbetaald of indien
artikel 25,
28,
30of
33 van die wetniet op hem van overeenkomstige toepassing was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan het dagloon berekend volgens de bij of krachtens de
Wet privatisering ABPvastgestelde bepalingen.
7. Het dagloon dat ten grondslag ligt aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, tweede lid, een WAO-conforme uitkering overeenkomstig de vervolguitkering op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringwordt uitbetaald of indien
artikel 25,
28,
30of
33 van die wetniet op hem van overeenkomstige toepassing was, zou worden uitbetaald, is gelijk aan het dagloon berekend volgens de bij of krachtens de
Wet privatisering ABPvastgestelde bepalingen.
8. Het dagloon dat ten grondslag ligt aan de uitkering van de werkloze persoon aan wie op de dag voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, tweede lid, pensioen wordt uitbetaald uit hoofde van ziekte of gebreken op grond van de Algemene militaire pensioenwet, zoals deze op die dag luidde is gelijk aan de door 261 gedeelde uitkeringsgrondslag of vervolguitkeringsgrondslag waarnaar dat invaliditeitspensioen was berekend. Indien op het in de eerste volzin bedoelde pensioen ingevolge artikel F 7a van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat artikel met betrekking tot de uitbetaling van dat pensioen luidde een toeslag was verleend, wordt voor de vaststelling van het dagloon het bedrag van de grondslag verhoogd met die toeslag.
Artikel 15 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringis van toepassing op het dagloon, bedoeld in dit lid.