BWBR0016004
Geldig vanaf 2009-11-23
Artikel 2
Vakantieregeling WW en IOW
1. De werknemer kan per kalenderjaar gedurende 20 dagen vakantie genieten met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
2. De uitkeringsgerechtigde kan per kalenderjaar gedurende 20 dagen vakantie genieten met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.
3. In afwijking van het eerste lid geldt een termijn van 65 dagen voor de werknemer, bedoeld in artikel 7 van de Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten.
4. In afwijking van het tweede lid geldt een termijn van 65 dagen voor de IOW-gerechtigde, bedoeld in artikel 7 van de Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten.
2. De uitkeringsgerechtigde kan per kalenderjaar gedurende 20 dagen vakantie genieten met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen.
3. In afwijking van het eerste lid geldt een termijn van 65 dagen voor de werknemer, bedoeld in artikel 7 van de Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten.
4. In afwijking van het tweede lid geldt een termijn van 65 dagen voor de IOW-gerechtigde, bedoeld in artikel 7 van de Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten.