BWBR0015852
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 1
Regeling stimuleringssubsidie doorstroom zorg
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. reguliere dienstbetrekking: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking voor onbepaalde tijd, niet zijnde een gesubsidieerde dienstbetrekking of een dienstbetrekking met een werknemer die gebruik maakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand;
c. gesubsidieerde dienstbetrekking: 1°. een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking waarvoor een gemeente uit de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand een bedrag voor de loonkosten betaalt dat, op maandbasis berekend, gelijk is aan ten minste 80% van het bedrag van het minimumloon;
2°. Een privaatrechtelijke dienstbetrekking waarvoor het Sectorfonds zorg een jaarlijkse subsidie in de loonkosten heeft verstrekt met middelen die door de minister beschikbaar zijn gesteld voor arbeidsmarktimpulsen.
1°. een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking waarvoor een gemeente uit de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand een bedrag voor de loonkosten betaalt dat, op maandbasis berekend, gelijk is aan ten minste 80% van het bedrag van het minimumloon;
2°. Een privaatrechtelijke dienstbetrekking waarvoor het Sectorfonds zorg een jaarlijkse subsidie in de loonkosten heeft verstrekt met middelen die door de minister beschikbaar zijn gesteld voor arbeidsmarktimpulsen.
d. het bedrag van het minimumloon: 1°. in geval van een dienstbetrekking van 40 uur per week: het met toepassing van artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag herziene bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van die wet;
2°. in geval van een dienstbetrekking van minder dan 40 uur per week: het onder 1° bedoelde herziene bedrag, verminderd naar rato van 40 uren;
1°. in geval van een dienstbetrekking van 40 uur per week: het met toepassing van artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag herziene bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van die wet;
2°. in geval van een dienstbetrekking van minder dan 40 uur per week: het onder 1° bedoelde herziene bedrag, verminderd naar rato van 40 uren;
e. werkgever: degene die met de betrokken werknemer een arbeidsovereenkomst heeft gesloten dan wel de betrokken werknemer heeft aangesteld;
f. werknemer: degene die met een werkgever een reguliere dienstbetrekking is aangegaan waarvoor de werkgever subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanvraagt;
g. sector zorg: het geheel van instellingen en gemeentelijke diensten: 1°. die zijn toegelaten op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen,
2°. waaraan of waarvoor een instellingssubsidie wordt verstrekt op grond van een regeling als bedoeld in artikel 68 van de Zorgverzekeringswet of artikel 44 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten,
3°. die subsidie ontvangen voor het bieden van thuiszorg in het kader van de jeugdgezondheidszorg, dan wel
4°. die zijn aan te merken als een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 5 van de Wet collectieve preventie volksgezondheid.
1°. die zijn toegelaten op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen,
2°. waaraan of waarvoor een instellingssubsidie wordt verstrekt op grond van een regeling als bedoeld in artikel 68 van de Zorgverzekeringswet of artikel 44 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten,
3°. die subsidie ontvangen voor het bieden van thuiszorg in het kader van de jeugdgezondheidszorg, dan wel
4°. die zijn aan te merken als een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 5 van de Wet collectieve preventie volksgezondheid.
a. de minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. reguliere dienstbetrekking: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking voor onbepaalde tijd, niet zijnde een gesubsidieerde dienstbetrekking of een dienstbetrekking met een werknemer die gebruik maakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand;
c. gesubsidieerde dienstbetrekking: 1°. een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking waarvoor een gemeente uit de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand een bedrag voor de loonkosten betaalt dat, op maandbasis berekend, gelijk is aan ten minste 80% van het bedrag van het minimumloon;
2°. Een privaatrechtelijke dienstbetrekking waarvoor het Sectorfonds zorg een jaarlijkse subsidie in de loonkosten heeft verstrekt met middelen die door de minister beschikbaar zijn gesteld voor arbeidsmarktimpulsen.
1°. een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking waarvoor een gemeente uit de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, onder a, van de Wet werk en bijstand een bedrag voor de loonkosten betaalt dat, op maandbasis berekend, gelijk is aan ten minste 80% van het bedrag van het minimumloon;
2°. Een privaatrechtelijke dienstbetrekking waarvoor het Sectorfonds zorg een jaarlijkse subsidie in de loonkosten heeft verstrekt met middelen die door de minister beschikbaar zijn gesteld voor arbeidsmarktimpulsen.
d. het bedrag van het minimumloon: 1°. in geval van een dienstbetrekking van 40 uur per week: het met toepassing van artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag herziene bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van die wet;
2°. in geval van een dienstbetrekking van minder dan 40 uur per week: het onder 1° bedoelde herziene bedrag, verminderd naar rato van 40 uren;
1°. in geval van een dienstbetrekking van 40 uur per week: het met toepassing van artikel 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag herziene bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van die wet;
2°. in geval van een dienstbetrekking van minder dan 40 uur per week: het onder 1° bedoelde herziene bedrag, verminderd naar rato van 40 uren;
e. werkgever: degene die met de betrokken werknemer een arbeidsovereenkomst heeft gesloten dan wel de betrokken werknemer heeft aangesteld;
f. werknemer: degene die met een werkgever een reguliere dienstbetrekking is aangegaan waarvoor de werkgever subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanvraagt;
g. sector zorg: het geheel van instellingen en gemeentelijke diensten: 1°. die zijn toegelaten op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen,
2°. waaraan of waarvoor een instellingssubsidie wordt verstrekt op grond van een regeling als bedoeld in artikel 68 van de Zorgverzekeringswet of artikel 44 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten,
3°. die subsidie ontvangen voor het bieden van thuiszorg in het kader van de jeugdgezondheidszorg, dan wel
4°. die zijn aan te merken als een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 5 van de Wet collectieve preventie volksgezondheid.
1°. die zijn toegelaten op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen,
2°. waaraan of waarvoor een instellingssubsidie wordt verstrekt op grond van een regeling als bedoeld in artikel 68 van de Zorgverzekeringswet of artikel 44 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten,
3°. die subsidie ontvangen voor het bieden van thuiszorg in het kader van de jeugdgezondheidszorg, dan wel
4°. die zijn aan te merken als een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 5 van de Wet collectieve preventie volksgezondheid.