BWBR0015743
Geldig vanaf 2003-10-23
Artikel 13
Regeling beschikbare middelen verstrekkingen en vergoedingen Zfw 2004
1. Het College zorgverzekeringen baseert de herberekening van het deelbudget vaste kosten van ziekenhuisverpleging op de vaste kosten van ziekenhuisverpleging in het jaar 2003 per verzekerde per ziekenfonds.
2. Ter bepaling van de vaste kosten van ziekenhuisverpleging vermindert het College zorgverzekeringen de totale kosten van verpleegdagen van algemene, categorale en academische ziekenhuizen met het resultaat van de vermenigvuldiging bedoeld in artikel 12, eerste lid.
3. De kosten van neventarieven, voor zover gedeclareerd door algemene, categorale en academische ziekenhuizen en ZBC’s, met uitzondering van de bovenregionale toeslagen van academische ziekenhuizen, alsmede alle kosten van overige instellingen op het gebied van de curatieve zorg, merkt het College 25% aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging, met uitzondering van de kosten van verpleegdagen van klinische revalidatiecentra en epilepsiecentra waarvoor een percentage van 40% wordt aangehouden.
4. Het College zorgverzekeringen merkt de bovenregionale toeslagen van academische ziekenhuizen aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
5. Het College zorgverzekeringen vermeerdert de vaste kosten ziekenhuisverpleging met een door hem vast te stellen bedrag in verband met lumpsum-verrekeningen over oude jaren.
6. Het bedrag van de ingevolge het vijfde lid toegepaste vermeerdering, is niet kleiner dan 0.
7. Het College zorgverzekeringen calculeert tenslotte 95% na op het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging, vastgesteld ingevolge het tweede, derde en vierde lid, en het deelbudget vaste kosten van ziekenhuisverpleging na toepassing van het eerste lid.
2. Ter bepaling van de vaste kosten van ziekenhuisverpleging vermindert het College zorgverzekeringen de totale kosten van verpleegdagen van algemene, categorale en academische ziekenhuizen met het resultaat van de vermenigvuldiging bedoeld in artikel 12, eerste lid.
3. De kosten van neventarieven, voor zover gedeclareerd door algemene, categorale en academische ziekenhuizen en ZBC’s, met uitzondering van de bovenregionale toeslagen van academische ziekenhuizen, alsmede alle kosten van overige instellingen op het gebied van de curatieve zorg, merkt het College 25% aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging, met uitzondering van de kosten van verpleegdagen van klinische revalidatiecentra en epilepsiecentra waarvoor een percentage van 40% wordt aangehouden.
4. Het College zorgverzekeringen merkt de bovenregionale toeslagen van academische ziekenhuizen aan als vaste kosten van ziekenhuisverpleging.
5. Het College zorgverzekeringen vermeerdert de vaste kosten ziekenhuisverpleging met een door hem vast te stellen bedrag in verband met lumpsum-verrekeningen over oude jaren.
6. Het bedrag van de ingevolge het vijfde lid toegepaste vermeerdering, is niet kleiner dan 0.
7. Het College zorgverzekeringen calculeert tenslotte 95% na op het verschil tussen de vaste kosten van ziekenhuisverpleging, vastgesteld ingevolge het tweede, derde en vierde lid, en het deelbudget vaste kosten van ziekenhuisverpleging na toepassing van het eerste lid.