BWBR0015737
Geldig vanaf 2004-03-12
Artikel 3
Invoeringsregeling WWB
1. Tot het tijdstip waarop met toepassing van artikel 2uitvoering wordt gegeven aan de in de artikelen 1, onderdeel a, en 2, onderdeel b, van het Inwerkingtredingbesluit genoemde artikelen, wordt in de artikelen 6, onderdeel b, en 36, eerste lid, onderdeel c, van de Wet werk en bijstand, artikel 4a, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigenen artikel 4a, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemersin plaats van ‘algemeen geaccepteerde arbeid’ gelezen: passende arbeid.
2. Waar in artikel 14, eerste lid, van de Algemene bijstandswetwordt verwezen naar de artikelen 8, zesde lid, onderdeel b, en 112 van die wet, wordt in plaats van die artikelen gelezen: artikel 2, derde lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 38 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
3. In de artikelen 113, eerste lid, onderdeel f, van de Algemene bijstandswet, 35, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 35, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemerswordt in plaats van ‘voorzieningen van de Wet inschakeling werkzoekenden’ gelezen: voorzieningen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
4. In de artikelen 114, derde lid, van de Algemene bijstandswet, 37, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 37, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemerswordt in plaats van ‘de Wet inschakeling werkzoekenden’ gelezen: een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
5. In de artikelen 114a van de Algemene bijstandswet, 37a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 37a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemerswordt in plaats van ‘bijdragen tot sociale activering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet inschakeling werkzoekenden’ gelezen: inhouden een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
6. Tot het tijdstip waarop met toepassing van artikel 2uitvoering wordt gegeven aan de in de artikelen 1, onderdeel a, en 2, onderdeel b, van het Inwerkingtredingbesluit genoemde artikelen, worden de artikelen 3en 4 van het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz, artikel 2 van het Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici, artikel 3, onderdeel b, van het Arbeidsgehandicaptebesluit, en de artikelen 1, onderdeel y, en 3 van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw, gelezen zoals deze artikelen luidden op 31 december 2003.
2. Waar in artikel 14, eerste lid, van de Algemene bijstandswetwordt verwezen naar de artikelen 8, zesde lid, onderdeel b, en 112 van die wet, wordt in plaats van die artikelen gelezen: artikel 2, derde lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 38 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
3. In de artikelen 113, eerste lid, onderdeel f, van de Algemene bijstandswet, 35, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 35, eerste lid, onderdeel f, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemerswordt in plaats van ‘voorzieningen van de Wet inschakeling werkzoekenden’ gelezen: voorzieningen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
4. In de artikelen 114, derde lid, van de Algemene bijstandswet, 37, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 37, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemerswordt in plaats van ‘de Wet inschakeling werkzoekenden’ gelezen: een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
5. In de artikelen 114a van de Algemene bijstandswet, 37a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 37a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemerswordt in plaats van ‘bijdragen tot sociale activering als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet inschakeling werkzoekenden’ gelezen: inhouden een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand.
6. Tot het tijdstip waarop met toepassing van artikel 2uitvoering wordt gegeven aan de in de artikelen 1, onderdeel a, en 2, onderdeel b, van het Inwerkingtredingbesluit genoemde artikelen, worden de artikelen 3en 4 van het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz, artikel 2 van het Besluit passende arbeid schoolverlaters en academici, artikel 3, onderdeel b, van het Arbeidsgehandicaptebesluit, en de artikelen 1, onderdeel y, en 3 van het Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw, gelezen zoals deze artikelen luidden op 31 december 2003.